‘Coin pocket strip’ van Calvin Klein maakt geen inbreuk op merk en auteursrecht Diesel

21-11-2017 Print this page
IEPT20171116, Rb Den Haag, Diesel v CK

‘Coin pocket strip’ van Calvin Klein (CK-strip) niet gelijk aan of overeenstemmend met ‘coin pocket strip’-beeldmerk van Diesel: onderscheidend vermogen beeldmerk - indien geldig - beperkt nu coin pocket gebruikelijke plaats is voor decoratie/merkteken, onderscheidend vermogen met name gelegen in diagonale richting label en - in mindere mate - in contrasterende kleur en lage plaatsing label, diagonale richting en lage plaatsing ontbreken bij CK-strip. Op vergelijkebare gronden is ook van auteursrechtinbreuk geen sprake nu totaalindrukken voldoende verschillend zijn: hooguit beperkte beschermingsomvang, meest onderscheidende trek – de diagonale richting – is niet overgenomen en bovendien is ontlening onvoldoende onderbouwd nu niet onaannemelijk is dat CK-strip doorontwikkeling betreft van haar oude strip. Proceskosten Calvin Klein aan de hand van maximum indicatietarief voor complex kort geding vastgesteld op € 25.000 in plaats van gevorderd bedrag van € 93.000: kort geding niet dermate complex dat hogere vergoeding gerechtvaardigd is.

 

MERKENRECHT - AUTEURSRECHT - PROCESRECHT

 

Kort geding. Kledingmerk Diesel voorziet haar broeken met een zogeheten ‘coin pocket strip’ (zie afbeelding). Het gaat om een strook van geweven materiaal die is aangebracht op de coin pocket waarop in kleine letters, en op enige afstand onleesbaar, het woordmerk van Diesel is aangebracht. Ook Calvin Klein maakt gebruik van dergelijke strips. Sinds enige tijd maakt Calvin Klein hierbij gebruik van een langgerektere strip dan voorheen (zie afbeelding). Volgens Diesel maakt Calvin Klein hiermee inbreuk op haar merkenrecht en auteursrecht.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat het onderscheidend vermogen van het Benelux beeldmerk van Diesel naar het oordeel van de voorzieningenrechter beperkt is nu uit de producties blijkt dat de coin pocket een gebruikelijke plaats is voor een decoratie en/of merkteken. Dit onderscheidend vermogen is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter met name gelegen in de diagonale richting van het label en voorts, maar in mindere mate, bij de met de spijkerbroek contrasterende lichte kleur van het label en de omstandigheid dat het label anders dan bij andere spijkerbroeken niet op de bovenrand maar lager op de coin pocket is aangebracht, waardoor deze als het ware in twee min of meer gelijke delen wordt verdeeld.  

 

De CK-strip stemt hier naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende mee overeen, vooral omdat de diagonale (schuine) richting daarin ontbreekt. De CK-strip bevindt zich volgens de voorzieningenrechter immers parallel iets onder de bovenrand van de coin pocket waardoor het de coin pocket ook niet verdeelt in min of meer gelijke delen. Nu de CK-strip en het Beneluxmerk geen gelijke of overeenstemmende tekens zijn, is van merkinbreuk geen sprake.

 

Op vergelijkbare gronden komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat geen sprake is van auteursrechtinbreuk. De beschermingsomvang van het auteursrecht kan volgens de voorzieningenrechter hooguit beperkt zijn. Indien het uiterlijk van de coin pocket strip auteursrechtelijke bescherming geniet, geldt volgens de voorzieningenrechter dat de auteursrechtelijk beschermde trekken met name zijn te vinden in de diagonale richting van het label, iets minder in de lichte contrasterende kleur en nog minder in de (tamelijk triviale) lagere plaatsing dan gebruikelijk van het Diesel label op de coin pocket. De meest onderscheidende trek is zoals eerder besproken niet overgenomen in de CK-strip. Hierdoor zijn de totaalindrukken van beide strips naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende verschillend en maakt gebruik van de CK-strip dan ook geen inbreuk op het door Diesel gestelde auteursrecht.

 

De vorderingen van Diesel worden op grond van het bovenstaande afgewezen. Diesel wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. CK heeft een proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv gevorderd en zij heeft haar kosten begroot op (afgerond) € 93.000,-. Naar het oordeel van voorzieningenrechter is het onderhavige kort geding vanwege de dubbele IE-grondslag, het feitelijke onderzoek, het benodigde overleg met buitenlandse partijen en de betrokken financiële belangen aan te merken als een complex kort geding in de zin van de geldende Indicatietarievenregeling. Hiervoor geldt een maximumtarief van € 25.000,-. De voorzieningenrechter acht het kort geding niet dermate complex dat daarvoor een hogere vergoeding gerechtvaardigd is.

 

IEPT20171116, Rb Den Haag, Diesel v CK

 

ECLI:NL:RBDHA:2017:13293