Exploitant lesmethode dient alsnog toestemming voor exploitatie te verkrijgen van gedeeld maker

Print this page 07-12-2017
IEPT20171129, Rb Noord-Holland, Vormgeving Lesmethoden
(Met dank aan Sander Verbeek, Van Diepen Van der Kroef)

Rechtbank komt terug op beslissing uit tussenvonnis (IEPT20171129) dat [B] naar analogie van art. 45d lid 1 Aw (vermoeden van overdracht aan producent) een billijke vergoeding verschuldigd is aan gedeeld maker van vormgeving lesmethode: door partijen voorgestelde berekeningswijzen voor billijke vergoeding liggen dermate ver uit elkaar dat deze op basis hiervan niet kan worden vastgesteld, beslissing lijkt [B] op spoor te hebben gezet van standpunten en berekeningen waarvan de uitkomst grenst aan het absurde en die de bijzonderheden van de zaak volledig miskennen. [B] dient alsnog toestemming van [A] te verkrijgen om de vormgeving te gebruiken: [A] kan op deze manier afdwingen dat op basis van redelijke uitgangspunten wordt onderhandeld over omvang vergoeding. 

 

AUTEURSRECHT

 

Zie eerder het tussenvonnis (IEPT20171129), waarin de rechtbank oordeelde dat A en B ex artikel 45a lid 2 Auteurswet gedeeld maker van films, grafische werken en foto’s voor lesmethoden uit de ‘Spectrumbox’ zijn, en dat B naar analogie van artikel 45 lid 1 (vermoeden van overbracht aan producent) een billijke vergoeding aan A verschuldigd is, waarover partijen zich bij akte mochten uitlaten. Op die laatste beslissing komt de rechtbank in de onderhavige zaak terug.

 

Het resultaat van de gewisselde aktes is namelijk dat [A] uitkomt op een vergoedingsrecht over de periode van 2012 t/m 2023 van circa € 82.500,-- terwijl [B] uitkomt op een vergoeding van slechts € 127,44 over de periode 2013 t/m 2016. De voorgestelde berekeningswijzen voor een billijke vergoeding liggen naar het oordeel van de rechtbank dermate ver uit elkaar, dat op basis van de standpunten van partijen de berekeningswijze voor de billijke vergoeding niet kan worden vastgesteld.

 

De rechtbank vraagt zich derhalve af of haar beslissing om aan te knopen bij artikel 45d lid 1 Aw wel zo gelukkig is geweest, nu deze [B] op het spoor lijkt te hebben gezet van “het ontwikkelen van standpunten en berekeningen waarvan de uitkomst grenst aan het absurde en die de volgende bijzonderheden van deze zaak volledig miskennen”. Deze omstandigheden houden onder meer in dat  [A] zich gedurende een periode van ruim 3 jaar ten minste drie dagen per week intensief heeft ingezet onder meer 23 films en grafische werken gemaakt voor de Spectrumbox waarmee zijn investeringen volgens de rechtbank in totaal uitkomen op € 112.350. [A] zou voor deze werkzaamheden worden gecompenseerd met een belang van 22% in een op te richten V.O.F., maar hier is het niet van gekomen.

 

De rechtbank komt nu zij “vooral door de wijze van procederen van [B] niet in staat wordt gesteld een redelijke vergoeding vast te stellen”, terug op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist en de zaak op een andere wijze af te doen. Bij die afdoening is uitgangspunt dat [B] geen producent is en aldus in beginsel de toestemming van [A] nodig heeft om de werken ten aanzien waarvan de rechtbank gedeeld auteursrecht heeft aangenomen te gebruiken. Zolang [A] deze toestemming niet geeft, maakt [B] auteursrechtinbreuk door deze te gebruiken. [A] kan aldus afdwingen dat over de omvang van de vergoeding tussen partijen op basis van redelijke uitgangspunten wordt onderhandeld, zo oordeelt de rechtbank.

 

IEPT20171129, Rb Noord-Holland, Vormgeving Lesmethoden

 

(kopie uitspraak)