Inbreukverbod en nevenvorderingen bij verstekvonnis toegewezen na verkoop namaak Superdry kleding
05-01-2018 Print this page
Inbreukverbod en nevenvorderingen bij verstekvonnis toegewezen na verkoop namaak Superdry kleding: het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor.
Verstekvonnis inzake verkoop namaak Superdry producten. Gedaagden zijn niet verschenen. Het door merkhouder DKH gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Dit betekent toewijzing van een pan-Europees inbreukverbod op de Uniemerken, en een Benelux-wijd verbod op grond van de Beneluxmerken.
Daarnaast wordt gedaagden onder meer bevolen opgave te doen, en een brief te zenden aan hun professionele afnemers in hun landstaal met de boodschap dat het gaat om namaak kleding en het verzoek deze met teruggave van de aankoopprijs te retourneren op kosten van gedaagden. Ook dient de namaak kleding te worden vernietigd. Dit alles op straffe van een dwangsom. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld de schade die DKH als gevolg van de inbreuk lijdt, te vergoeden, één en ander op te maken bij staat. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten ex artikel 1019h Rv, aan de kant van DKH op grond van de indicatietarieven voor een eenvoudige IE-zaak begroot op € 8.000.
IEPT20171220, Rb Den Haag, Superdry