Merkenrecht. Beroep tegen het uitspreken van de nietigheid van het woordmerk “SWISSGEAR” wegens gebrek aan onderscheidend vermogen en beschrijvendheid voor een breed scala aan waren.
Het beroep wordt verworpen. Het Gerecht oordeelt dat de elementen ‘swiss’ en ‘gear’, alsmede het volledige merk “SWISSGEAR” beschrijvend zijn voor de waren. Zo is ‘swiss’ een geografische herkomstaanduiding die bovendien een positieve connotatie oproept omtrent de kwaliteit van de waren. Daarnaast geldt voor alle waren dat het woord ‘gear’ is een van zijn mogelijke betekenissen (uitrusting) beschrijvend is.
Tezamen zijn de elementen volgens het Gerecht niet ongebruikelijk en origineel. De combinatie van de twee descriptieve elementen is niet van een dermate ongebruikelijke wijze dat hierdoor onderscheidend vermogen wordt verkregen; het ontbreken van een spatie is hiervoor niet genoeg. Het Gerecht overweegt in dit kader onder meer dat de beoordeling van beschrijvendheid mede vanuit auditief oogpunt dient plaats te vinden. Het is volgens het Gerecht bovendien niet vereist dat de term in de praktijk ook daadwerkelijk wordt gebruikt om de waren mee aan te duiden.
NB: Er is tegen deze uitspraak een verzoek om hogere voorziening ingediend.