Geen onrechtmatige concurrentie en slaafse nabootsing door Schevenings huis aan huis blad

Print this page 07-02-2018
IEPT20180130, Rechtbank Den Haag, HKM

Geen sprake van onrechtmatige concurrentie van De Scheveninger jegens De Scheveningsche Courant: onvoldoende onderbouwd dat voormalig bestuurder Scheveningsche Courant adverteerders heeft bewogen over te stappen, onvoldoende onderbouwd dat hij medewerkers heeft bewogen over te stappen. Geen sprake van slaafse nabootsing: geen nodeloze verwarring nu verschillen tussen kranten in één oogopslag overduidelijk zijn, bovendien niet aannemelijk dat Scheveningsche Courant eigen gezicht op de markt heeft.

 

CONCURRENTIE – SLAAFSE NABOOTSING

 

Haagse Kunst Media (HKM) brengt in Scheveningen het huis aan huisblad ‘De Scheveningse Courant’ uit. [Gedaagde] besluit na zijn ontslag als directeur van HKM, met zijn eigen huis aan huisblad te komen, ‘De Scheveninger’. Volgens HKM maakt [gedaagde] zich schuldig aan respectievelijk: onrechtmatige concurrentie  door stelselmatige afbreuk van duurzaam bedrijfsdebiet  en onrechtmatige/ slaafse nabootsing.

 

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van HKM af. In het kader van de onrechtmatige concurrentie door stelselmatige afbreuk van duurzaam bedrijfsdebiet acht de voorzieningenrechter dat hiervan geen sprake is. Het profiteren van het bedrijfsdebiet van de concurrent is niet direct onrechtmatig. Dat [gedaagde] uit hoofde van zijn voormalige functie bij HKM bekend was met de gegevens van de adverteerders in ‘De Scheveningse Courant’ en deze adverteerders vervolgens hebben gekozen om in het huis aan huisblad van [gedaagde] te gaan adverteren, resulterend in een afname van de advertentie-inkomsten van HKM, betekent niet dat [gedaagde] hen daartoe op onrechtmatige wijze heeft bewogen. Daar komt bij dat de vrije markteconomie maakt dat het [gedaagde] vrij staat om scherpe tarieven te hanteren om zo adverteerders aan te trekken. De voorzieningenrechter benadrukt dat de wereld van de huis aan huisbladen er een is waar actief naar adverteerders gezocht moet worden en in onderhavig geval [gedaagde] en HKM zich beiden in dezelfde kleine kring van Scheveningen bevinden waardoor de concurrentie al gauw voelbaar is.

 

Tevens kan [gedaagde] in dit kader achtereenvolgens niet worden verweten dat twee voormalig medewerkers van HKM zijn opgestapt en vervolgens bij [gedaagde] aan het werk zijn gegaan en dat hij krantenbezorgers heeft benaderd, niet eerlijk is geweest over het verspreidingsgebied van beide huis aan huisbladen en dat hij campagne voert tegen HKM. Volgens de voorzieningenrechter zijn de laatst genoemde aantijgingen door HKM niet concreet onderbouwd.

 

In onderhavig geval is ook geen sprake van onrechtmatige/ slaafse nabootsing. Zo veroorzaakt ‘De Scheveninger’ van [gedaagde] geen nodeloze verwarring met ‘De Scheveningse Courant’ van HKM omdat de verschillen tussen beide huis aan huis bladen direct zichtbaar zijn. Volgens de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat ‘De Scheveningse Courant’ een “eigen gezicht” heeft. In Nederland worden heel veel huis aan huis bladen uitgegeven die qua opmaak erg veel aan elkaar gelijken. ‘De Scheveningse Courant’ onderscheidt zich in dat opzicht niet. Ook de extra dingen die zijn opgenomen in het blad als: de foto’s van de [fotograaf], de speciale column, de rubriek voor gratis advertenties, het uitgeven van de jaarkalender en de plaats van vestiging maken niet dat ‘de Scheveningse Courant’ een “eigen gezicht” heeft.

 

IEPT20180130, Rechtbank Den Haag, HKM

 

ECLI:NL:RBDHA:2018:895