E-mail die rectificatie ontkracht onrechtmatig

Print this page 27-02-2019
IEPT20180201, Rb Midden-Nederland, Rectificatie

Rectificatie toegewezen na beschuldiging voormalig wethouder van belangenverstrengeling: uitlatingen onrechtmatig nu deze niet voldoende worden ondersteund door feiten. Na rectificatie verstuurde e-mail onrechtmatig: rectificatie volledig ontkracht.

 

PUBLICATIE

 

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 1 februari een gevorderde rectificatie toegewezen nadat gedaagde een voormalig wethouder had beschuldigd van belangenvestrengeling. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beschuldiging een ernstig verwijt betreft, en dat dit verwijt onvoldoende feitelijk wordt ondersteund. De rectificatie dient per e-mail te worden verstuurd aan degenen aan wie de uitlatingen zijn gedaan.

 

Gedaagde heeft de rectificatie verstuurd, maar heeft vervolgens een tweede e-mail verstuurd. Bij vonnis van 15 februari wordt geoordeeld dat het sturen van deze tweede e-mail onrechtmatig is. De voorzieningenrechter overweegt dat beoordeeld moet worden of gedaagde met haar tweede e-mail de rectificatie heeft ontkracht en dat de Hoge Raad heeft bepaald dat dat het geval is wanneer in redelijkheid niet kan worden betwijfeld of de toegevoegde mededelingen of commentaar dat gevolg hebben (IEPT20070223).

 

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de tweede mail van gedaagde de haar opgedragen rectificatie volledig ontkracht. Uit de inhoud van het vonnis blijkt dat de rectificatie het doel en de strekking had om de smet op de goede naam van eiseres voor wat betreft de gestelde belangenverstrengeling zoveel mogelijk te herstellen. Dat doel kan alleen worden bereikt als de rectificatie niet wordt gevolgd door mededelingen waarmee haar naam opnieuw in diskrediet wordt gebracht. Hiervan is volgens de voorzieningenrechter sprake.

 

IEPT20180201, Rb Midden-Nederland, Rectificatie

(ECLI:NL:RBMNE:2019:381)

 

IEPT20190215, Rb Midden-Nederland, Rectificatie

(ECLI:NL:RBMNE:2019:592)