Beeldmerk snoepwikkel niet ingeschreven wegens bestaan ouder merk

03-09-2018 Print this page
IEPT20180207, GEU, Roshen v EUIPO

Moscow.pngMerkenrecht. Beroep van Roshen tegen de weigering om haar beeldmerk (links) in te schrijven voor waren in klasse 30 (banketbakkerswaren en snoep). Moscow Confectionery Company had oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het merk, op grond van haar ouder beeldmerk (rechts). De Kamer van Beroep kende de oppositie toe en weigerde inschrijving van het beeldmerk van Roshen.

 

Roshen is hier tegen in beroep gekomen. Het beroep faalt. In haar grieven klaagt Roshen dat de Kamer van Beroep onjuist heeft geoordeeld door verwarringsgevaar tussen de beeldmerken vast te stellen en daar bij meer gewicht toe te kennen aan de figuratieve elementen  dan aan de woordelementen, terwijl uit vaste jurisprudentie blijkt dat bij een vergelijking tussen de kenmerkende elementen van twee merken, meer gewicht moet worden toegekend aan woordelementen dan aan beeldelementen. Echter, zo oordeelt het Gerecht, blijkt uit vaste rechtspraak dat in bepaalde zaken aan het figuratieve element meer gewicht wordt gegeven dan aan het woordelement, of dat het geval is hangt af van de omstandigheden van het geval. Het zijn deze omstandigheden in onderhavige zaak die de Kamer van Beroep juist heeft gewogen om het verwarringsgevaar te onderbouwen.

 

De Kamer van Beroep mocht oordelen dat de merken op visueel gebied gemiddeld overeenstemmen, onder andere gelet op het feit dar beide merken afbeeldingen van rivierkreeften bevatten en dat deze op beide merken op een verticale lijn zijn geplaatst. Op begripsmatig vlak is terecht meegewogen dat beide merken afbeeldingen van een rivierkreeft bevatten en dat voor het deel van het relevante publiek dat de tekst in het merk niet begrijpt, de tekst geen betekenis heeft.

 

Roshen voert ook aan dat het onderscheidende vermogen van het oudere merk klein is omdat het visuele element dat op het merk is weergegeven al sinds de 19e eeuw wordt gebruikt voor dat soort waren. De Kamer van Beroep mocht in de afwezigheid van relevante informatie waarmee een laag onderscheidend vermogen kon worden vastgesteld tot een vaststelling van onderscheidend vermogen van huis uit komen. Gezien het feit dat het merk noch beschrijvend noch denkbeeldig is, bezit het merk een gemiddeld onderscheidend vermogen van huis uit. Naar het oordeel van het Gerecht mocht de Kamer van Beroep oordelen dat er sprake was van verwarringsgevaar;

 

 “70 In the present case, […] taking into account the identity of the goods at issue and the consumer’s imperfect recollection, but also the considerable importance of the graphic representations of crayfish in the overall visual impression of both signs and of the coinciding arrangement of the crayfish in a vertical line in the centre of the signs, where the similarities outweigh the differences, the Board of Appeal was fully entitled to consider that the degree of similarity between the signs at issue was not so weak so as to be able to rule out a likelihood of confusion.”

 

T-775/16 - ECLI:EU:T:2018:74