Google dient NRC-artikel over stafrechtelijke vervolging verzoeker te verwijderen uit zoekresultaten

Print this page 16-04-2018
IEPT20180215, Rb Amsterdam, Google

Artikel 16 Wbp (verbod op verwerking strafrechtelijke persoonsgegevens) geldt niet voor  tonen van publicaties met strafrechtelijke persoonsgegevens in resultaten zoekmachine: Google kan weliswaar geen beroep doen op journalistieke exceptie, essentiële functie zoekmachine zou met categorisch verbod echter onaanvaardbaar worden beperkt . Of NRC-artikel over verzoeker ex artikel 36 en 40 Wbp uit zoekresultaten dient te worden verwijderd is afhankelijk van belangenafweging: recht op eerbiediging privéleven en op bescherming van persoonsgegevens weegt in beginsel zwaarder dan economisch belang exploitant zoekmachine en belang gebruikers bij toegang tot informatie. Verzoeker heeft er belang bij dat artikel niet blijft opduiken: artikel bevat bijzondere persoonsgegevens, beschikbaar maken leidt tot ingrijpende negatieve consequenties voor zakelijk en privéleven verzoeker, artikel bevat geen actuele informatie. Geen voldoende bijzonder en zwaarwegend publiek belang dat het belang van verzoeker overstijgt: artikel betreft relatief licht vergrijp,  eiser is geen public figure.

 

PRIVACY

 

Procedure over de vraag of een NRC-artikel over verzoeker uit de zoekresultaten van Google verwijderd dient te worden. Het artikel beschrijft een strafzaak en veroordeling van verzoeker, die aan zijn werkgever een kopie van zijn paspoort had verstrekt met daarop een gewijzigde achternaam.

 

De rechtbank overweegt dat een letterlijke uitleg van artikel 16 en 22 Wbp (verbod op verweking strafrechtelijke persoonsgegevens behalve voor degenen die daarmee krachtens de wet zijn belast) met zich zou brengen dat het verzoek reeds op deze grond toewijsbaar is. De rechtbank oordeelt echter dat artikel 16 Wbp niet geldt voor het beschikbaar stellen van publicaties waarin wordt bericht over strafrechtelijke persoonsgegevens middels een zoekmachine. Een dergelijk categorische beperking zou volgens de rechtbank niet zijn te verenigen met het algemene belang. Google heeft overigens ter zitting aangegeven dat hierover in een andere zaak prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie.

 

Het bovenstaande betekent dat het verzoek tot verwijdering uit de zoekresultaten moet worden beoordeeld ex artikel 36 en 40 Wbp, waardoor een belangenafweging dient plaats te vinden tussen enerzijds het belang van verzoeker dat het NRC-artikel niet meer kan worden gevonden en anderzijds het belang van Google om middels haar zoekmachine een betrouwbaar zoekresultaat te produceren en het belang van NRC en het publiek om via de zoekmachine relevante informatie aan te bieden en te vinden. Hierbij geldt dat het eerstgenoemde belang naar het oordeel van de rechtbank in beginsel zwaarder weegt.  

 

In het kader van het belang van verzoeker overweegt de rechtbank onder meer dat het artikel bijzondere persoonsgegevens bevat, het tot ingrijpende negatieve consequenties voor zijn zakelijke en privéleven leidt, en dat de publicatie dateert van ruim tien jaar geleden en dus geen actuele informatie bevat. Hiertegenover bestaat volgens de rechtbank geen voldoende zwaarwegend belang dat het belang van verzoeker overstijgt. Daartoe wordt onder meer overwogen dat het artikel een relatief licht vergrijp betreft, en eiser geen publiek persoon is. Op grond van het bovenstaande dient het artikel uit de zoekresultaten te worden verwijderd.

 

IEPT20180215, Rb Amsterdam, Google

 

ECLI:NL:RBAMS:2018:1644