Sommatie met deadline van 24 uur werkte vernietiging vertrouwelijke info door opdrachtnemer zelf zonder proces-verbaal deurwaarder in de hand

Print this page 19-04-2018
IEPT20180220, Hof Arhem-Leeuwarden, Ylvas v Transvision

Formulering dictum eerste aanleg inzake het verbeuren dwangsommen wegens het delen van  bedrijfsgevoelige informatie met derden “en per dag dat deze overtreding voortduurt” niet gehandhaafd: indien dictum wordt overtreden door bedrijfsgevoelige informatie met derden te delen zou het verbeuren van dwangsommen doorlopen, omdat zo’n overtreding niet ongedaan te maken is. Vzgr heeft in dictum ten onrechte niet tekst van geheimhoudingsbeding gevolgd. Geen verplichting Ylvas c.s. om bewijsstukken te moeten aanhouden over bedrijfsvertrouwelijke informatie die zij in hun bezit hadden en informatie die zij hebben vernietigd: geheimhouder in beginsel vrij te bepalen op welke manier hij zijn geheimhoudingsverplichting uitvoert en er rust op hem niet een verantwoordingsplicht als door de voorzieningenrechter aangenomen. Hof deelt niet oordeel vzgr dat het ongeloofwaardig is dat opdrachtnemer niets verborgen houdt en door handelswijze verdenking van schending geheimhoudingsverplichtingen op zich afroept: door harde opstelling Transvision in sommatie met een termijn van 24 uur voor vernietiging is in de hand gewerkt dat opdrachtnemer geen andere mogelijkheid zag om zelf papieren informatie te versnipperen en digitale informatie te verwijderen zonder proces-verbaal deurwaarder. Geheimhoudingsbedingen gelet op voorgaande niet geschonden. Maximale dwangsom van € 2.000.000 voor resterende veroordelingen verlaagd naar € 1.000.000: hoewel [de opdrachtnemer] grote schade kan toebrengen is hij natuurlijk persoon, zodat prikkel tot dwangsom in verhouding moet staan met wat hij kan dragen.

 

BEDRIJFSGEHEIMEN

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van 20 oktober 2017 (IEPT20171020). Geïntimeerden zijn actief op het gebied van het organiseren en uitvoeren van personenvervoer. Ylvas houdt zich onder meer bezig met de directie voeren over andere ondernemingen en het uitlenen van personeel. Ylvas heeft twee bestuurders, waaronder [de opdrachtnemer]. Partijen hebben diverse overeenkomsten van opdracht gesloten, waarin een geheimhoudingsverplichting is opgenomen. Uiteindelijk is [de opdrachtnemer]  bij CTS, een concurrent van Transvision gaan werken als Managing Director. Op 12 juli 2017 heeft Transvision [de opdrachtnemer] op zijn geheimhoudingsplicht gewezen en verzocht c.q. gesommeerd om alle vertrouwelijke documenten binnen 24 uur in te leveren bij Transvision en digitale gegevens te vernietigen en hiervan een proces verbaal te overleggen. [de opdrachtnemer] heeft Transvision vervolgens bericht dat hij alles heeft vernietigd en hiermee aan de verplichtingen zou hebben voldaan. In eerste aanleg werd onder meer geoordeeld dat Ylvas en [de opdrachtnemer] zich aan de geheimhoudingsverplichting moeten houden, aangezien niet geloofwaardig zou zijn dat [de opdrachtnemer] na afloop van de overeenkomsten van opdracht alle bij hem aanwezige bescheiden heeft vernietigd zonder enige vorm van bewijs daarvan. Het vonnis wordt vernietigd.

 

Het hof oordeelt allereerst dat de formulering in het dictum omtrent het verbeuren van dwangsommen wegens het delen van bedrijfsgevoelige informatie met derden “en per dag dat deze overtreding voortduurt” niet gehandhaafd kan worden. Indien het dictum wordt overtreden doordat bedrijfsgevoelige informatie met derden is gedeeld zou het verbeuren van dwangsommen doorlopen, omdat zo’n overtreding niet ongedaan te maken is. Het hof oordeelt in tegenstelling tot de voorzieningenrechter dat er geen verplichting bestaat voor Ylvas c.s. om bewijsstukken te moeten aanhouden over de bedrijfsgevoelige informatie die zij in hun bezit hadden en informatie die zij hebben vernietigd. De geheimhouder is in beginsel vrij om te bepalen op welke manier hij zijn geheimhoudingsverplichting uitvoert. Hierbij wordt door het hof opgemerkt dat het niet het oordeel van de voorzieningenrechter deelt dat het ongeloofwaardig is dat [de opdrachtnemer] niets verborgen houdt en door zijn handelswijze de verdenking van schending van de geheimhoudingsverplichtingen op zich afroept. Transvision heeft met haar harde opstelling in de sommatie met een termijn van 24 uur voor vernietiging in de hand gewerkt dat [de opdrachtnemer] geen andere mogelijkheid zag om zelf papieren informatie te versnipperen en digitale informatie te verwijderen. Gelet op dit alles wordt ook geoordeeld dat de geheimhoudingsbedingen niet zijn geschonden. De maxima van de nog resterende met dwangsommen versterkte veroordelingen wordt verlaagd van € 2.000.000 naar € 1.000.000.

 

IEPT20180220, Hof Arhem-Leeuwarden, Ylvas v Transvision

 

ECLI:NL:GHARL:2018:1712