EU woordmerk MAGELLAN normaal gebruikt voor alle ingeschreven waren

23-07-2018 Print this page
IEPT20180227, GEU, Hansen Medical v EUIPO

Magellan.pngMerkenrechtBeroep tegen de beslissing van de kamer van beroep, waarin de beslissing van de nietigheidsafdeling tot vervallenverklaring van het merk MAGELLAN voor een deel van de waren in klasse 10 (chirurgische, tandheelkundige en diergeneeskundige toestellen en instrumenten) werd vernietigd.

 

Het beroep faalt. Het Gerecht oordeelt dat de kamer van beroep terecht heeft geoordeeld dat er sprake was van normaal gebruik voor alle waren waar het merk MAGELLAN voor was ingeschreven. De vier verschillende gebruiken van injectieapparaten (“medisch, tandheelkundig, chirurgisch en diergeneeskundig”) die beschreven worden in de klasse, behoeven niet als vier aparte subcategorieën beoordeeld te worden. Door het woord “namelijk” wordt bedoeld dat dit de eigenlijke subgroep betreft, bestaande uit injectieapparatuur. Het normaal gebruik voor deze waren voor injectieapparatuur in “medische” zin, betekent dus dat er ook normaal gebruik is in "tandheelkundige, chirurgische en diergeneeskundige" zin. Ten slotte is er ook geen bewijs dat de bedoelde toestellen en instrumenten in “medische” zin verschillen van deze toestellen en instrumenten in “tandheelkundige, chirurgische of diergeneeskundige” zin. 

 

Dat een procedurele fout is gemaakt door het toelaten van te laat ingediend bewijs door de nietigheidsafdeling staat vast, maar is slechts relevant indien zonder deze fout de uitkomst wezenlijk anders zou zijn geweest. Dit is in casu niet het geval: hiervoor mist bewijs en verzoeker heeft ook de mogelijkheid nog gehad bij de kamer van beroep om te reageren op de nieuwe bewijsstukken. De klacht dat de kamer van beroep geen nieuwe afweging heeft gemaakt ten aanzien van de rechtsvraag houdt ook geen stand nu weliswaar verwezen wordt naar de overwegingen van de nietigheidsafdeling in bepaalde gedeeltes van de beslissing, maar de kamer haar eigen afweging in andere gedeeltes maakt, hetgeen wijst op een nieuwe afweging van de zaak. Ook de klacht dat de kamer van beroep zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd had, houdt geen stand, nu er verwezen wordt naar de jurisprudentie op basis waarvan de zaak wordt besloten en ook met betrekking tot het gebruik wordt aangegeven waarom de kamer tot zijn beslissing komt. Ten slotte heeft de kamer van beroep keuzevrijheid om te beslissen of mondeling verhoor noodzakelijk is, waardoor ook de klacht over het ontbreken hiervan niet slaagt. Het Gerecht laat daarom de beslissing tot volledige instandhouding van het merk MAGELLAN van de kamer van beroep op grond van bovenstaande overwegingen in stand.

 

“30. In the present case, it must, in the first place, be noted that the Board of Appeal was fully entitled to find, in paragraph 36 of the contested decision, that the contested mark did not cover ‘surgical, medical, dental and veterinary apparatus and instruments’ as four separate categories, but, because of the term ‘namely’, was referring to a dedicated sub-group of goods consisting of ‘injection devices and their components for all manner of injection, collection and transfer of tissue and fluids’. Furthermore, as the use of that expression also shows, it is not possible to consider that that mark had been registered, as the applicant argues, for each of those four categories

 

31. In the second place, it should be observed that it is not disputed by the parties that the intervener had provided evidence of genuine use of the contested mark for ‘medical apparatus and instruments, namely, injection devices and their components for all manner of injection, collection and transfer of tissues and fluids’. In addition, it follows from the documents before the Court that the intervener proved the genuine use of that mark for hypodermic injection devices and for injection devices intended to be used for phlebotomy and the injection of insulin and tuberculin.

 

32. Furthermore, the applicant’s argument that, in essence, the ‘medical apparatus and instruments, namely injection devices and components for all manner of injection, collection and transfer of tissues and fluids’ are not ‘surgical, dental and veterinary apparatus and instruments’ cannot succeed. Indeed, it must be pointed out that, as was rightly held by the Board of Appeal in paragraph 40 of the contested decision, none of the evidence in the documents before the Court shows that an injection device used in medical procedures differs from an injection device used in dental, surgical or veterinary procedures.”

 

T-222/16 – ECLI:EU:T:2018:99