Kamer van Beroep mag rekening houden met bewijzen voor normaal gebruik die buiten gestelde termijnen zijn overgelegd

Print this page 05-07-2018
IEPT20180228, HvJEU, mobile.de v EUIPO

Gerecht heeft terecht geoordeeld dat Kamer van Beroep rekening mocht houden met aanvullende bewijzen van normaal gebruik die buiten door Kamer gestelde termijnen zijn overlegd: aanvulling bewijzen die zelf binnen door het EUIPO overeenkomstig regel 40(6), van de uitvoeringsverordening gestelde termijn zijn verstrekt mogelijk nadat termijn is verstreken, artikel 40(6) Uitvoeringsverordening is geen “andersluidende bepaling” ex artikel 76(2) UMeV, die tot gevolg zou hebben dat Kamer van Beroep geen rekening mag houden met aanvullende bewijzen van gebruik van betrokken oudere merk. Nietigheidsafdeling kan geen nieuwe bewijzen voor normaal gebruik van oudere merk onderzoeken voor diensten waarvoor Kamer van Beroep definitief heeft geoordeeld dat dit bewijs niet was geleverd.

 

MERKENRECHT

 

In de onderhavige procedure stelt mobile.de hogere voorziening in tegen een arrest van het Gerecht van 12 mei 2017, in welke zaak mobile.de was opgekomen tegen twee beslissingen van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie. Het Gerecht heeft het beroep van mobile.de in zijn geheel verworpen. Tegen dat arrest voert mobile.de nu zes middelen aan.  De hogere voorziening wordt afgewezn.

 

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het Gerecht terecht oordeelde dat de Kamer van Beroep rekening mocht houden met aanvullende bewijzen van normaal gebruik die buiten de door de kamer gestelde termijnen zijn overgelegd. Aanvulling van bewijzen die zelf binnen de door het EUIPO gestelde termijn overeenkomstig regel 40(6) van de Uitvoeringsverordening zijn verstrekt is mogelijk nadat de termijn is verstreken. Artikel 40(6) betreft niet een “andersluidende bepaling” in de zin van artikel 76(2) UMeV die het gevolg zou hebben dat de Kamer van Beroep geen rekening mag houden met aanvullende bewijzen van het gebruik van het betrokken oudere merk.

 

Ook wordt geoordeeld dat de nietigheidsafdeling geen nieuwe bewijzen van normaal gebruik van het oudere merk kan onderzoeken voor diensten waarvoor de Kamer van Beroep definitief heeft geoordeeld dat dit bewijs niet was geleverd. Ook de overige middelen zijn niet-ontvankelijk/ongegrond.

 

IEPT20180228, HvJEU, mobile.de v EUIPO

 

C-417/16 P - ECLI:EU:C:2018:128