Mededelingen die uitsluitend afbrekend zijn ten aanzien van producten of diensten van concurrent zijn geen (oneerlijke) handelspraktijken (6:193c BW)

Print this page 05-03-2018
IEPT20180228, Rb Den Haag, Smienk v Otolift
(Met dank aan Ron Lamme, Boekx Advocaten)

Mededelingen die uitsluitend afbrekend zijn ten aanzien van producten of diensten van een concurrent zijn geen (oneerlijke) handelspraktijken (artikel 6:193c BW). In casu enkel sprake van afbrekende mededelingen ten aanzien van producten of diensten Smienk. Sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194c BW): audio-opnames van telefoongesprekken met medewerkers Otolift kunnen als bewijs dienen van mededelingen Otolift, zijn niet onrechtmatig verkregen, voldoende onderbouwd dat uitlatingen goede naam Smienk aantasten en/of kleinerend zijn over producten en diensten Smienk, niet onderbouwd door Otolift dat uitlatingen waar zijn.

 

ONRECHTMATIGE DAADONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKENONGEOORLOOFDE VERGELIJKENDE RECLAME

 

Smienk richt zich op de verkoop en montage van tweedehands trapliften. Otolift is een langer bestaande producent van trapliften, die zij ook monteert. Naar aanleiding van een kort geding tussen Otolift en Smienk hebben partijen in 2016 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Later is er nog een vaststellingsovereenkomst gesloten. Smienk vordert in het onderhavige kort geding onder meer een verklaring voor recht dat Otolift onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar door afbrekende mededelingen over Smienk te doen (zoals dat de Smienk trapliften onveilig zijn).

 

Volgens Smienk is sprake van onrechtmatig handelen door Otolift, maar ook van een oneerlijke, want misleidende handelspraktijk (artikel 6:193c BW) en niet-geoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a (2) BW). De rechtbank onderzoekt allereerst of in casu sprake kan zijn van een “handelspraktijk” in de zin van artikel 6:193c BW. De rechtbank leidt uit overweging 6 van de considerans van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken af dat mededelingen die uitsluitend afbrekend zijn ten aanzien van producten of diensten van een concurrent, geen (oneerlijke) handelspraktijken vormen, omdat zij de economische belangen van consumenten hoogstens onrechtstreeks schaden, en als zodanig geen rechtstreeks verband houden met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten. Aangezien in casu de mededelingen uitsluitend uit afbrekende mededelingen bestaan over producten en diensten van Smienk, vallen deze dus niet in het toepassingsgebied van artikelen 6:193a en 6:193c BW.

 

De rechtbank overweegt dat de uitlatingen van Otolift wel als vergelijkende reclame in de zin van artikel 6:194a BW kunnen worden gezien, ook al wordt bij de afbrekende mededelingen niet uitdrukkelijk een vergelijking gemaakt met de eigen producten en diensten van Otolift. Dit is geen eis van artikel 6:194a BW. Smienk heeft haar stellingen omtrent de ongeoorloofde vergelijkende reclame onderbouwd met een aantal opnames van telefoongesprekken, dat volgens Otolift onrechtmatig is verkregen. Dit verweer gaat niet op, aangezien de door Otolift aangehaalde privacy wet- en regelgeving niet strekt ter bescherming van haar belangen. Het verweer dat uit de gesprekken van Smienk met twee personen niet volgt dat de genoemde mededelingen daadwerkelijk door medewerkers van Otolift zijn gedaan gaat ook niet op. Het is voldoende vast komen te staan dat deze personen na het gesprek met Otolift de indruk hebben overgehouden dat de producten van Smienk onveilig zijn. Ook staan de gesprekken niet op zich zelf en zijn er ook opnames van gesprekken met medewerkers van Otolifty overgelegd. De opnames kunnen naar het oordeel van de rechtbank dus dienen als bewijs van de mededelingen.

 

De mededelingen zijn ongeoorloofd. Smienk heeft voldoende onderbouwd dat de uitlatingen haar goede naam aantasten en/of kleinerend zijn over haar producten en diensten. Otolift heeft gesteld dat de uitlatingen waar zijn, maar daarvoor niet het vereiste bewijs geleverd. Het gevorderde bevel dat Otolift zich onthoudt van mededelingen met de strekking dat de door Smienk geplaatste trapliften onveilig zijn en/of Smienk slechts een tweemansbedrijf is dat geen service kan bieden, en/of van mededelingen die Smienk zwart maken of diskwalificeren wordt afgewezen, omdat het bevel te algemeen is. Het moet Otolift vrij staan zich uit te laten over individuele gevallen waarin daadwerkelijk is gebleken dat door Smienk geplaatste trapliften onveilig zijn.

 

De reconventionele vorderingen worden als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

 

IEPT20180228, Rb Den Haag, Smienk v Otolift

 

(kopie origineel vonnis)