Nietigverklaring Crocs-model ongeldig wegens achterwege laten bewijsstukken
27-08-2018 Print this page
Merkenrecht. Beroep tegen instandhouding Crocs-model nadat oppositie hiertegen was ingesteld door Gifi (een Franse winkelketen voor huishoud- en familieartikelen) wegens gebrek aan nieuwheid en invidueel karakter. De nietigverklaring van het Crocs-model door - uitgesproken door de nietigheidsafdeling - wordt ongeldig verklaard door de kamer van beroep wegens het niet in overweging nemen van al het aangeleverde bewijs door Gifi. Gifi gaat tegen de beslissing van de kamer van Beroep in beroep.
Het beroep slaagt. De Kamer van Beroep is niet ingegaan op de bewijsmodellen D18-D22. EUIPO stelt echter, tijdens de procedure voor het Gerecht, dat modellen D18-D19 met onvoldoende duidelijkheid en precisie waren ingebracht en dat D20-D22 te laat in de procedure waren ingebracht. Crocs stelt bovendien dat de kamer van beroep niet gehouden is om elk ouder model apart en expliciet te bespreken. Deze redenen mogen echter niet pas voor het Gerecht tot uiting komen nu de gronden van de voorgaande beslissing kenbaar moeten zijn, tenzij de redenen duidelijk zijn voor zowel wederpartij als het Gerecht. Dat is in casu niet het geval. Het niet meenemen van bewijs wegens het te laat inbrengen dient namelijk altijd beargumenteerd te worden en modellen D18-D19 waren niet evident onduidelijk en zonder precisie waardoor de kamer van beroep dus gehouden is om gronden te geven voor die beslissing. Het Gerecht vernietigt de beslissing van de kamer van beroep op basis van dit niet in overweging nemen van aangeleverd bewijs.
Het Gerecht gaat ook in op de klacht van Gifi dat de Kamer van beroep zijn bevoegdheden te buiten zou zijn gegaan. De kamer mag zich alleen baseren op de gronden die zijn aangevoerd door partijen. In de administratieve procedure heeft Gifi zich beperkt tot een beroep op gebrek aan nieuwheid ten aanzien van bewijsmodellen D2-D17. In het beoordelen van deze modellen op een gebrek aan nieuwheid en hiernaast óók een gebrek aan individueel karakter, overschrijdt de kamer van beroep daarom zijn bevoegdheden. De consequenties van deze overtreding laat het Gerecht buiten beschouwing, aangezien de beslissing al vernietigd is op de voorgaande grond.
Het Gerecht neemt geen eigen beslissing met betrekking tot de nietigheid van het ingeschreven model, nu de kamer van beroep geen standpunt heeft ingenomen met betrekking tot modellen D18-D22.
“42. Therefore, it must be concluded that, in the absence of any statement of reasons in respect of Designs D 18 to D 22, the contested decision is vitiated by a failure to state reasons.
43. Accordingly, the second plea in law must be upheld, without there being any need to examine the other complaints put forward by the applicant in the context of that plea, and the contested decision must be annulled in its entirety.”