Overeenstemming vastgesteld tussen merken met verschillende fantasiewezens wegens vergelijkbare elementen

27-08-2018 Print this page
IEPT20180315, GEU, Marriott Worldwide v EUIPO

Merkenrecht. Beroep tegen instandhouding Uniebeeldmerk met taurophon (gevleugelde stier met leeuwenpoten) als beeldelement voor waren in klasse 43 (o.a. catering, hotel, restaurant) nadat oppositie was ingesteld door de houder (Marriott International)  van een Uniebeeldmerk met het beeldelement van een griffioen wegens gesteld verwarringsgevaar met dit oudere merk en inschrijving te kwader trouw.

 

Anders dan Marriott stelt heeft de kamer van beroep terecht een visuele en begripsmatige vergelijking van beide merken gedaan, nu dit altijd een onderdeel vormt van de vordering tot nietigverklaring wegens verwarringsgevaar, zelfs in de afwezigheid van specifieke argumenten hierover door partijen.  

 

Het Gerecht oordeelt echter, anders dan de kamer van beroep, dat er wél ten minste in lage mate visuele en conceptuele overeenstemming bestaat tussen beide merken. De gemiddelde consument kijkt naar de algemene indruk van de merken. Visuele overeenstemming bestaat dan ook tussen beide merken nu beide dieren in dezelfde positie zitten, beide een zwart silhouet tegen een witte achtergrond vormen, beide hun vleugels naar achteren gespreid hebben en de vleugels, lichaam en staart in een vergelijkbare proportie zijn weergegeven. De verschillen tussen beide merken wegen niet op tegen de gelijkenissen zodat ten minste een lage mate van visuele overeenstemming moet worden aangenomen. Een auditieve vergelijking tussen de merken is niet mogelijk. Voor de begripsmatige vergelijking is relevant dat de hoofden weliswaar twee verschillende dieren uitbeelden, maar de vleugels, lichamen en achterpoten vergelijkbare dieren uitbeelden. Hoewel het aangevraagde merk een onbekend fantasiedier uitbeeldt en het oudere merk een griffoen (een bekend mythologisch wezen), is geen bewijs geleverd dat het relevante publiek de uitbeelding van een griffioen begrijpt. Begripsmatig stemmen de merken daarom ook ten minste in lage mate overeen. Het oordeel van het Gerecht met betrekking tot het verwarringsgevaar kan door de onjuiste beoordeling van de vergelijkbaarheid van de tekens dus niet in stand blijven.

 

Ten slotte is de kamer van beroep ten onrechte niet ingegaan op het argument van Marriott dat inbreuk wordt gemaakt op een auteursrecht (als ouder recht in de zin van artikel 53(2)(c) GMeV), gebaseerd op haar oordeel dat de merken überhaupt niet overeenstemden. Nu dit oordeel is vernietigd, kan ook haar beslissing met betrekking tot de inbreuk op het auteursrecht van Marriott geen stand houden.Op grond van voorgaande overwegingen wordt de beslissing van de kamer van beroep vernietigd.

 

“44. Moreover, it is true, as emphasised by the intervener, that the contested sign depicts an unknown imaginary animal whereas the sign covered by the earlier marks shows a griffin, which is a known mythological creature. Nevertheless, it is necessary to qualify the relevance of that argument inasmuch as no evidence has been adduced by the parties to show that the griffin is a figure sufficiently known to the relevant public, which the Board of Appeal found to consist of the public at large. It is not certain that the representation of a figure half-eagle and half-lion in form has a clear and specific meaning for the relevant public such that that public would be capable of grasping immediately the evocation of a griffin.

 

45. It should thus be noted that the signs at issue present a conceptual similarity of a degree which, at the very least, must be classified as low. The Board of Appeal consequently erred in refusing to find any conceptual similarity between the signs at issue.”

 

T-151/17 – ECLI:EU:T:2018:144