Ontbinding mondelinge overeenkomst met Mooi was niet gerechtvaardigd

Print this page 11-05-2018
IEPT20180321, Rb Overijssel, Mooi

Vordering Mooi tot nakoming van de schriftelijke “franchiseovereenkomsten” afgewezen: Mooi onvoldoende onderbouwd dat de niet door A ondertekende 30 pagina’s tellende schriftelijke “franchiseovereenkomst” tussen partijen van kracht zijn geworden. A niet gerechtvaardigd de mondelinge franchiseovereenkomst te ontbinden: A onvoldoende onderbouwd dat Mooi tekortgeschoten is jegens A. Geen verbod op zonder toestemming van Mooi te stoppen met exploitatie van de vestigingen, over te dragen een derde of een samenwerking aan te gaan met concurrent: noch van concurrent- of relatiebeding gebleken noch sprake van stelselmatig en substantieel afbreken van duurzaam bedrijfsdebiet. Voorschot schadevergoeding tot € 56.765,11 toegewezen: A heeft erkend geen fee’s te hebben betaald en haar buitengerechtelijke ontbinding heeft naar het oordeel in dit kort geding geen doel getroffen.

 

FRANCHISING

 

Tussen partijen Mooi en A bestaat sinds 2008 een vorm van samenwerking op basis van franchise. In verband hiermee heeft [A] jarenlang fee’s betaald aan Mooi. A heeft de betaling van fee’s opgeschort en aangegeven dat zij de samenwerking zo spoedig mogelijk wil beëindigen omdat zij ontevreden is over de samenwerking. Mooi vordert onder meer nakoming van de franchiseovereenkomsten totdat deze overeenkomsten rechtsgeldig zijn geëindigd, niet zonder toestemming van Mooi te stoppen met de exploitatie en een voorschot op de schadevergoeding.

 

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de schriftelijke franchiseovereenkomst tussen partijen niet van kracht geworden. A heeft de documenten niet ondertekend en de afspraken over betaling van fee’s en inzage in omzetgegevens golden al voordat de documenten zijn opgemaakt. Verder onderbouwing van Mooi ontbreekt. Dat neemt niet weg dat als vaststaand kan worden aangenomen dat partijen afspraken hebben gemaakt over het gebruik van de franchiseformule en het betalen van franchisefee’s. A heeft erkend dat zij jarenlang tot 27 februari 2017 in termijnen van vier weken fee’s aan Mooi heeft betaald ten bedrage van 4% van haar omzet exclusief btw. Dit leidt ertoe dat het ervoor moet worden gehouden dat A op grond van mondelinge franchiseovereenkomsten gehouden was om fee’s te betalen aan Mooi. De voorzieningenrechter oordeelt voorts dat de mondelinge franchiseovereenkomst van kracht is en dat deze in beginsel opzegbaar is. A. heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden omdat Mooi in haar ogen tekort gekomen is in de nakoming. A heeft naar eigen zeggen geen ondersteuning van Mooi gekregen op het gebied van marketing en promotie, de inkoop en coaching. Volgens Mooi biedt zij deze ondersteuning wel, maar zijn dit inspanningsverplichtingen en geen resultaatsverbintenissen. Daar tegenover heeft A onvoldoende gesteld. Tevens heeft zij onvoldoende concreet gemaakt dat Mooi tekort is geschoten jegens A. Aldus is niet aannemelijk geworden dat het gerechtvaardigd was om de franchiseovereenkomsten te ontbinden.

 

IEPT20180321, Rb Overijssel, Mooi

 

ECLI:NL:RBOVE:2018:1335