Uniewoordmerk STOFFENMANAGER nietig verklaard voor applicatie voor beheersing gevaarlijke stoffen

Print this page 11-04-2018
IEPT20180328, Rb Den Haag, Stoffenmanager
(Met dank aan Joost Becker en Jeroen Lubbers, Dirkzwager)

Uniewoordmerk STOFFENMANAGER van Cosanta nietig verklaard voor applicatie voor beheersing gevaarlijke stoffen: woordmerk is beschrijvend voor de aangeboden diensten, geen sprake van inburgering nu publiek gebruik ‘stoffenmanager’ niet als merk zal hebben opgevat. Geen sprake van misleidende of ongeoorloofde vergelijkende reclame: met gebruik woord ‘stoffenmanager’ wordt niet verwezen naar (de applicatie van) Cosanta.

 

MERKENRECHT - RECLAMERECHT

 

Gevoegde procedures. Cosanta houdt zich bezig met het geven van advies over gevaarlijke stoffen en levert daartoe onder meer de applicatie Stoffenmanager. Cosanta is houder van het Uniewoordmerk STOFFENMANAGER. Cosanta stelt dat Caesar en Chemrade zich schuldig maken aan merkinbreuk en misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame door gebruik te maken van de aanduiding Stoffenmanager voor dezelfde dan wel soortgelijke diensten. Ceasar en Chemrade vorderen in reconventie dat de nietigheid van het merk wordt uitgesproken wegens beschrijvendheid van het merk.

 

De rechtbank wijst de laatstgenoemde vorderding toe. Volgens de rechtbank is het merk beschrijvend voor de aangeboden diensten en is van inburgering geen sprake. In het kader van de inburgering overweegt de rechtbank onder meer dat aannemelijk is dat het publiek het door Cosanta genoemde gebruik van het woord Stoffenmanager niet als merk heeft opgevat, maar als beschrijvende aanduiding.

 

In het kader van de gestelde misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame stelt de rechtbank vast dat in een bedrijfspresentatie geuite mededelingen niet van Ceasar afkomstig zijn, en dat deze ook niet aan Chemrade kunnen worden tegengeworpen omdat met het gebruik van het woord Stoffenmanager niet wordt verwezen naar (de applicatie van) Cosanta en het publiek het woord Stoffenmanager als beschrijvend zal ervaren. Hetzelfde geldt voor de mededelingen op de website van Caesar. 

 

Cosanta wordt in beide zaken als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv. De rechtbank overweegt dat de zaken normale zaken betreffen in de zin van de indicatietarieven en dat een bedrag van € 17.500 redelijk en evenredig is, hetgeen  dient te gelden voor de conventie en de reconventie tezamen. Nu de zaken nagenoeg identiek zijn, ziet de rechtbank aanleiding om voor beide procedures in totaal 1,2 (i.p.v. 2) x  € 17.500 toe te wijzen. Bovendien bepaalt de rechtbank de kosten voor het IE-deel op 70% en voor het OD-deel op 30%. Op grond van het bovenstaande worden de proceskosten aan de kant van Caesar begroot op in totaal  € 9.121,20 en aan de kant van Chemrade op € 7.357,20.

 

De IEPT-versie volgt.

 

(kopie originele vonnis)