Rb Den Haag bevoegd: vorderingen zien niet op octrooi-inbreuk of onrechtmatige daad (zoals BT meent), maar op nakoming artikel 9.3 PLA 2010 dat wordt bestreken door (rechtsgeldige) forumkeuzebedingen PLA (Patent License Agreement) en FSA (Framework Service Agreement). Veel gewicht toegekend aan taalkundige betekenis bewoordingen PLA: zuiver commerciële transactie tussen professionele partijen, bijgestaan door gespecialiseerde advocaten. Afwijkende uitleg Pepscan van artikel 3.2 PLA als onvoldoende onderbouwd verworpen. Beroep op redelijkheid en billijkheid verworpen: dat bepaalde rechtsgevolgen ongunstig of onredelijk zijn onvoldoende om in te grijpen in contractuele afspraken, Pepscan heeft bijgestaan door advocaat zelf ingestemd met dat FSA ieder moment en zonder consequenties voor PLA 2010 kon worden beëindigd. Taalkundige uitleg: Pepscan mocht PLA 2010 niet op grond van schending van de FSA beëindigen. Voorshands aannemelijk dat BT bedrijfsgeheime knowhow van Pepscan heeft gedeeld: niet inhoudelijk gereageerd op stellingen Pepscan, BT krijgt gelegenheid tegenbewijs te leveren.
HANDHAVING – LICENTIES - BEDRIJFSGEHEIMEN
Pepscan Systems en Pepscan Presto (hierna Pepscan) zijn onderdeel van een Nederlands biotechnologiebedrijf dat zich richt op onderzoek en ontwikkeling en het leveren van diensten op het gebied van peptides. Een van de resultaten van het onderzoek van Pepscan is de zogeheten CLIPS-technologie (Chemical Linkage of Peptides onto Scaffolds). Voor de CLIPS-techniek en daarmee te verkrijgen producten heeft Pepscan een Europees Octrooi EP 585 voor een “Method for selecting a candidate drug compound”. BT is een Engels biotechnologiebedrijf dat is opgericht om de door haar oprichters ontwikkelde “phage display peptide library” (PDL) screeningtechniek op commerciële basis (dubbel geluste of) bicyclische peptides (zogeheten ‘bicycles’) te screenen en te selecteren ten behoeve van de ontwikkeling van een nieuwe klasse geneesmiddelen. Omdat deze bicycles bleken te vallen onder de productconclusies van EP 585, hebben de oprichters van BT Pepscan benaderd om een licentie te verkrijgen voor de octrooirechten en knowhow betreffende de CLIPS-technologie. Partijen hebben uiteindelijk in 2009 een Patent License Agreement gesloten (PLA) en een Framework Service Agreement (FSA). De PLA 2009 is later vervangen door de PLA 2010. BT heeft Lonza Group ingeschakeld voor de productie van CLIPS-peptides en later een samenwerkings- en licentieovereenkomst gesloten met ThomboGenics. Aan beide partijen zijn sublicenties verstrekt. Volgens Pepscan is hiermee de PLA 2010 en FSA geschonden. BT heeft vervolgens op 22 mei 2015 per brief de FSA beëindigd met een opzegtermijn van 3 maanden. Pepscan heeft bij brief van 17 maart 2016 de PLA beëindigd. BT vordert in conventie een verklaring voor recht dat de PLA 2010 niet rechtsgeldig is beëindigd en vernietiging van conclusies 9 en 10 van het Nederlandse deel van EP 585.
Het door BT opgeworpen bevoegdheidsincident faalt, aangezien in tegenstelling tot wat BT meent, de vorderingen niet zien op octrooi-inbreuk of onrechtmatige daad, maar op nakoming van artikel 9.3 PLA 2010. Dit wordt bestreken door de (rechtsgeldige) forumkeuzebedingen uit de PLA 2010 en de FSA. Vervolgens wordt onderzocht hoe artikel 3.2 van de PLA 2010 moet worden uitgelegd, dat volgens Pepscan inhoudt dat zij gedurende de overeenkomst de exclusieve leverancier van CLIPS-peptides zou zijn. De rechtbank hecht veel waarde aan de taalkundige betekenis van de bewoordingen van de PLA, omdat het om een zuiver commerciële transactie tussen professionele partijen gaat, die zijn bijgestaan door gespecialiseerde advocaten. Pepscan heeft de door haar betoogde afwijkende uitleg onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op de redelijkheid en billijkheid wordt verworpen. Dat bepaalde rechtsgevolgen ongunstig of onredelijk zijn is onvoldoende om in te grijpen in contractuele afspraken. Ook hier neemt de rechtbank verder in aanmerking dat Pepscan bijgestaan door een advocaat zelf heeft ingestemd met dat de FSA ieder moment en zonder consequenties voor de PLA 2010 kon worden beëindigd. Gelet op de taalkundige uitleg van artikel 3.2 PLA 2010 mocht Pepscan de PLA 2010 niet op grond van de schending van de FSA beëindigen.
Vervolgens wordt geoordeeld dat het voorshands aannemelijk is dat BT bedrijfsgeheime knowhow van Pepscan heeft gedeeld, gelet op het feit dat niet inhoudelijk is gereageerd op stellingen van Pepscan. BT krijgt wel de gelegenheid om tegenbewijs te leveren. De zaak wordt aangehouden.
IEPT20180418, Rb Den Haag, BT v Pepscan