Uniemerk HP niet beschrijvend, voldoende onderscheidend en te goeder trouw ingeschreven
03-05-2018 Print this page
Merkenrecht. Beroep tegen beslissing vijfde Kamer van beroep EUIPO tot instandhouding van het woord- en beeldmerk HP voor waren en diensten uit klasse 2, 7, 9, 16, 20, 35, 38, 39, 40 en 41 (o.a. printers, inkt, elektronische apparaten, computer services) , nadat Senetic een nietigverklaring van dit merk had aangevraagd wegens gebrek aan onderscheidend vermogen, het beschrijvende karakter van het merk en inschrijving te kwader trouw.
Het beroep faalt. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep terecht heeft geoordeeld dat niet gesteld kan worden dat een merk onderscheidend vermogen mist of beschrijvend is wanneer het uit één of twee letters bestaat, zonder dat de relatie tussen het teken en de waren en diensten wordt beoordeeld. Aanvrager heeft niet voldoende bewijs aangevoerd om dit gebrek aan onderscheidend vermogen of het beschrijvende karakter aan te tonen.
Daarnaast heeft de Kamer van Beroep terecht geoordeeld dat de combinatie van de twee letters in het merk HP geen algemeen gebruik vormt en dat dit geen aanwijzing vormt voor een gebrek aan onderscheidend vermogen. Dit geldt in het bijzonder nu bij HP de twee letters door het relevante publiek kunnen worden opgevat als een verwijzing naar de namen van de oprichters, Hewlett en Packard.
Ten slotte heeft de Kamer van Beroep terecht geoordeeld dat ten tijde van de inschrijving van het merk geen sprake was van kwade trouw aan de zijde van HP. Aanvrager heeft geen bewijs geleverd dat HP wist of had behoren te weten dat derde partijen een identiek of vergelijkbaar teken gebruikten ten tijde van inschrijving. Ook dat überhaupt sprake was van een gebruik door derden ten tijde van inschrijving is door Senetic niet bewezen.
Het Gerecht heeft op grond van voorgaande het beroep van Senetic verworpen en het woord- en beeldmerk HP in stand gehouden.
T-207/17 – ECLI:EU:T:2018:215 & T-208/17 – ECLI:EU:T:2018:216