Beroep op uitputting merkenrecht slaagt na omkeren bewijslast, Converse veroordeeld in proceskosten van bijna 5 ton

Print this page 06-07-2018
IEPT20180704, Rb Zeeland-West-Brabant, Converse v Sporttrading
(Met dank aan Joyce Vogels, Linssen Woodrow De Ruijter advocaten)

Beroep op uitputting merkenrecht Converse slaagt na omkering bewijslast in tussenvonnis (IEPT20130904): Converse niet geslaagd in bewijs dat door Sporttrading verhandelde schoenen zonder toestemming - of medewerking van een licentiehouder van Converse -  zijn geïmporteerd en verder binnen de EER zijn verhandeld. Converse veroordeeld in schadevergoeding op te maken bij staat: voldoende aannemelijk dat schade is geleden door het optreden van Converse. Proceskosten ex artikel 1019h Rv begroot op ruim € 467 duizend: kosten redelijk en evenredig gelet op kosten en wijze van procederen Converse.

 

MERKENRECHT - HANDHAVING

 

Geschil tussen partijen omtrent de vraag of er sprake is van merkinbreuk. Tegenover de stelling van Converse, dat Sporttrading c.s. aan diverse winkelketens in Nederland en België counterfeit Converse schoenen heeft verkocht en geleverd en daarmee inbreuk heeft gemaakt op de exclusieve merkrechten van Converse, staat het verweer van Sporttrading c.s. dat zij alleen originele Converse schoenen heeft verhandeld die door of met toestemming van Converse binnen de EER in het verkeer zijn gebracht. De bewijslast voor uitputting ligt bij degene die zich beroep beroept, tenzij de redelijk en billijkheid zich hiertegen verzet. In het tussenvonnis is geoordeeld dat hier sprake van is nu Sporttrading c.s. er op mocht vertrouwen dat de door haar verhandelde schoenen afkomstig waren van officiële wederverkopers van Converse binnen de EER.

 

De rechtbank oordeelt dat op grond van het deskundigenrapport niet kan worden vastgesteld dat de door Sporttrading c.s. verhandelde schoenen zonder toestemming (of medewerking van een licentiehouder) van Converse zijn geïmporteerd en verder binnen de EER zijn verhandeld. Converse is niet geslaagd in het bewijs dat de schoenen afkomstig zijn van een organisatie die zich bezig houdt met grootschalige fraude, in die zin dat er een organisatie is die legale goederenstromen hergebruikt om daarmee een illegale goederenstromen te maskeren, zo oordeelt de rechtbank. Dat betekent dat het beroep op de uitputtingsregel van art. 2.23 lid 3 BVIE slaagt en er geen sprake is van merkinbreuk. De vorderingen van Converse worden afgewezen.

 

Converse wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat, nu naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk is dat Sporttrading c.s. schade heeft geleden door het optreden van Converse. Converse wordt bovendien veroordeeld in de proceskosten ex artikel 1019h Rv. De kosten worden begroot op ruim 467 duizend euro. Gelet op de door Converse gemaakt kosten (ruim 6 ton) en hetgeen de rechtbank in het tussenvonnis over de wijze van procederen ( bijvoorbeeld is overwogen dat Converse “geenszins volledig is geweest in het aanvoeren van de haar bekende feiten” en “dat de wederpartij daardoor moeilijk verweer kan voeren”) acht de rechtbank dit bedrag redelijk en evenredig.  

 

IEPT20180704, Rb Zeeland-West-Brabant, Converse v Sporttrading

 

(kopie originele vonnis)