200 uur taakstraf voor te koop aanbieden vervalste merkartikelen

Print this page 03-08-2018
IEPT20180717, Rb Noord-Holland, Handel in namaakproducten

Taakstraf van 200 uur en gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk voor het invoeren, te koop aanbieden en in voorraad hebben van een grote hoeveelheid merkvervalste goederen: onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun vanwege schending redelijke termijn (artikel 6 EVRM).

 

STRAFRECHT

 

De rechtbank oordeelt dat verdachte schuldig is aan het invoeren, te koop aanbieden en in  voorraad hebben van valse merkgoederen. Het gaat om parfums en cosmetica, valselijk voorzien van een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking zoals Baco Rebenne (overeenkomstig met Paco Rabanne)  Hiermee heeft verdachte volgens de rechtbank gehandeld in strijd met het merkenrecht en daarmee het vertrouwen beschaamd dat gesteld moet kunnen worden in het beschermde merk. Daarbij heeft hij steeds de grens opgezocht van hetgeen mag onder het geldende merkenrecht.

 

De rechtbank overweegt dat niet alleen de rechthebbenden op deze wijze schade wordt toegebracht, maar dat tevens bonafide bedrijven die wel aan rechtelijke verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie wordt aangedaan. Deze merkhouders hebben zich kostbare productie- en marketinginspanningen getroost om hun merken tot bekende merken te maken, die garant staan voor een bepaalde kwaliteit. Bovendien doet de slechtere kwaliteit van de namaakartikelen afbreuk aan het imago en de goodwill van het originele merk. De merkhouders lopen inkomsten mis als potentiële klanten de namaakartikelen kopen in plaats van de originele artikelen.

 

In beginsel is voor deze feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geïndiceerd, maar de rechtbank houdt – ten gunste van de verdachte – rekening met de schending van de redelijke termijn (artikel 6 EVRM). Anders dan de officier van justitie hanteert de rechtbank als startmoment van die termijn 19 december 2014. Op die datum heeft een doorzoeking bij verdachte plaatsgehad en is hem de cautie gegeven. Verdachte kon naar het oordeel van de rechtbank aan die gebeurtenissen redelijkerwijs de verwachting ontlenen, dat hij strafrechtelijk vervolgd zou worden. Verdachte krijgt een taakstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, met een proeftijd  van twee jaar.

 

IEPT20180717, Rb Noord-Holland, Handel in namaakproducten

 

ECLI:NL:RBNHO:2018:6585