Dat buitenlandse rechters bij uitsluiting bevoegd zijn te oordelen over buitenlandse delen EP 003 leidt niet tot onbevoegdheid Nederlandse rechter m.b.t. grensoverschrijdende vordering inzake onrechtmatige daad door (kort gezegd) het betrokken zijn bij octrooi-inbreuk buiten Nederland: Rb moet wel oordeel buitenlandse rechters afwachten. Conclusies 1 en 5 EP 003 niet nieuw: alle deelkenmerken bevinden zich in octrooiaanvrage EPA2 188, gesteld impliciet kenmerk dat de sensor, de wafer en de wafertafel zich op hoofdzakelijk dezelfde hoogte bevinden (dat expliciet in conclusie 5 is opgenomen) gelet op algemene vakkennis te lezen in EPA2 188, omdat andere lezing EPA2 188 niet logisch is, Conclusie 5 voegt niets toe aan conclusie 1. Conclusies 6 en 10 geopenbaard in EPA2 188. Handhavingsverbod Nikon afgewezen: niet in strijd met redelijkheid en billijkheid, o.a. omdat geen sprake is van standard essential patents (SEP’s), geen misbruik van bevoegdheid door onevenredigheid belangen, belangenafweging inzake Europeesrechtelijke proportionaliteitstoets in voordeel van Nikon. Beroep op dwanglicentie (artikel 57 ROW) faalt: daargelaten of rechtbank dwanglicentie kan verlenen voordat Minister hierop heeft beslist is onvoldoende gesteld dat weigering van licentie concurrentiebeperkend is. Geen rechtsverwerking: onvoldoende onderbouwd dat Nikon na aflopen CLA gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat zij octrooi niet geldend zou maken. Dat aan handhavingsverbod voorwaarde is toegevoegd dat ASML vergoeding aan Nikon betaalt maakt dit niet anders: het staat niet vast dat voorgestelde vergoeding voor Nikon aanvaardbaar is. Geen misbruik machtspositie: geen gedegen marktafbakening en analyse overgelegd.
IPR - OCTROOIRECHT - MISBRUIK MACHTSPOSITIE
Nikon is houdster van octrooi EP 003 voor “Wafer table for Immersion Litography”. Nikon stelt dat ASML met alle versies van haar immersie-litographiemachines van het type XT en NXT inbreuk maakt op haar octrooi. Deze zaak betreft de eerste zaak van elf zaken.
Met betrekking tot de bevoegdheid overweegt de rechtbank dat hij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen in conventie op grond van artikel 4 Brussel I-bis Vo, nu ASML gevestigd is in Nederland. De bevoegdheid strekt zich in beginsel uit tot grensoverschrijdende maatregelen. Bevoegdheid ten aanzien van de reconventionele vordering tot vernietiging van EP 003 bestaat op grond van artikel 24(4) Brussel I-bis Vo. Hoewel ASML er terecht op wijst dat op grond van artikel 24(4) Brussel I-bis andere rechters dan de Nederlandse rechter bij uitsluiting bevoegd zijn een oordeel te geven over nietigheid van de buitenlandse delen van EP 003, leidt dit er niet toe dat de rechtbank zich ten aanzien van de grensoverschrijdende vordering tot het onrechtmatig handelen door het betrokken zijn bij octrooi-inbreuk buiten Nederland onbevoegd dient te verklaren. Voor die vordering is een oordeel over de geldigheid van de buitenlandse octrooien vereist, zodat de rechtbank het oordeel van de exclusief bevoegde buitenlandse rechters over de geldigheid moet afwachten, indien Nikon verzoekt om aanhouding. Dat is (voorwaardelijk) gedaan, zodat de rechtbank de beoordeling ten aanzien van de buitenlandse delen aanhoudt. De Nederlandse rechter is echter wel bevoegd ten aanzien van de gevorderde provisionele maatregelen, waarbij naar Solvay v Honeywell (IEPT20120712) wordt verwezen.
De rechtbank oordeelt dat conclusie 1 van EP 003 niet nieuw is in het licht van octrooiaanvrage EPA2 188 van ASML. Conclusie 1 van EP 003 laat zich in 7 deelkenmerken verdelen, waarvan niet in geschil is dat deze duidelijk en ondubbelzinnig in EPA2 188 zijn geopenbaard. Nikon stelt echter dat in de combinatie van kenmerken 1.4 en 1.6 het kenmerk moet worden gelezen dat de respectievelijke oppervlakken van de sensor, de wafer en de wafertafel zich op hoofdzakelijk dezelfde hoogte bevinden, een kenmerk dat volgens Nikon niet duidelijk en ondubbelzinnig in EPA2 188 zou zijn geopenbaard. De rechtbank oordeelt echter dat de vakman gebruikmakend van zijn algemene vakkennis zal begrijpen uit EPA2 188 dat de sensor en de wafer zich op dezelfde hoogte bevinden omdat een andere lezing niet logisch is. Twee deskundigen van ASML hebben toegelicht dat dit in de praktijk vrijwel altijd zo is. Nikon heeft dit niet, althans onvoldoende betwist. Conclusie 5 is niet nieuw, aangezien dit het gestelde impliciete kenmerk expliciet openbaart en dus niets toevoegt aan conclusie 1. Conclusies 6 en 10 worden geopenbaard in EPA2 188. Het Nederlandse deel van EP 003 wordt derhalve vernietigd.
ASML vordert na een door de rechtbank toegestane eisvermindering in reconventie een handhavingsverbod onder voorwaarde dat zij aan Nikon een vergoeding betaalt. Het handhavingsverbod wordt echter niet toegewezen, omdat geen sprake is van strijd met de redelijkheid en billijkheid. Er is in casu geen sprake van standard essential patents, er is geen misbruik van bevoegdheid gemaakt en een belangenafweging inzake de Europeesrechtelijke proportionaliteitstoets valt in het voordeel van Nikon uit. Dat aan het handhavingsverbod door de eiswijziging is toegevoegd dat ASML een vergoeding aan Nikon betaalt maakt het voorgaande niet anders, reeds omdat het niet vaststaat dat de door ASML voorgestelde vergoeding voor Nikon aanvaardbaar is. Voor zover is gesteld dat sprake is van misbruik van een machtspositie wordt dat standpunt verworpen, omdat geen gedegen marktafbakening en analyse zijn overgelegd, die onontbeerlijk zijn om een machtspositie te kunnen vaststellen.
De proceskosten in conventie worden conform partijafspraak vastgesteld op € 625.000. Hetzelfde geldt voor de proceskosten in reconventie.
IEPT20180718, Rb Den Haag, Nikon v ASML