Inburgering vormmerk KitKat moet in elke lidstaat van de Unie worden aangetoond

25-07-2018 Print this page
IEPT20180725, HvJEU, KitKat

Kamer van beroep EUIPO mocht niet oordelen dat vormmerk KitKat - dat niet in de gehele Unie intrinsiek onderscheidend vermogen heeft - is ingeburgerd, zonder zich uit te spreken over inburgering in België, Ierland, Griekenland en Portugal: weliswaar niet noodzakelijk dat voor elke lidstaat apart bewijs wordt geleverd, met de aangevoerde bewijzen moet inburgering wel in alle lidstaten van de Unie aangetoond kunnen worden, hierbij kunnen bepaalde bewijzen relevant zijn voor meerdere landen of zelfs de hele Unie.

 

MERKENRECHT

 

Uitspraak van het Hof van Justitie inzake de poging van Nestlé om de afgebeelde KitKat als vormmerk in te schrijven. De vraag is of dit merk - dat ab initio onderscheidend vermogen mist - door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen op het hele grondgebied van de EU. Het Gerecht oordeelde eerder dat de kamer van beroep van het EUIPO ten onrechte heeft geoordeeld dat het merk was ingeburgerd, zonder zich erover uit te spreken of het een dergelijk onderscheidend vermogen had verkregen in België, Ierland, Griekenland en Portugal.

 

Het Hof van Justitie onderschrijft de zienswijze van het Gerecht en wijst de hogere voorzieningen af. Het Hof oordeelt dat in het Lindt-arrest (IEPT20120524) weliswaar is overwogen dat het te ver zou gaan te eisen dat het bewijs van de verkrijging van onderscheidend vermogen voor elke lidstaat afzonderlijk wordt geleverd, maar dat hieruit niet blijkt dat wanneer een merk niet in de gehele Unie intrinsiek onderscheidend vermogen heeft, het voor inschrijving als Uniemerk volstaat om te bewijzen dat dit merk onderscheidend vermogen door gebruik heeft verkregen in een aanzienlijk deel van de Unie.

 

Het Hof stelt dat het weliswaar niet noodzakelijk is dat voor elke lidstaat apart bewijs wordt geleverd dat het merk onderscheidend vermogen door gebruik heeft verkregen, maar dat wel noodzakelijk is dat met de aangevoerde bewijzen een dergelijke verkrijging in alle lidstaten van de Unie aangetoond moet kunnen worden.

 

Het Gerecht oordeelde dus terecht dat een merk dat niet in de hele Unie intrinsiek onderscheidend vermogen heeft, alleen kan worden inschreven indien het door gebruik verkregen onderscheidend vermogen voor heel dit grondgebied wordt aangetoond en niet alleen voor een aanzienlijk deel of het grootste deel van het grondgebied van de Unie. Een dergelijk bewijs kan weliswaar globaal worden geleverd voor alle betrokken lidstaten of groepen van lidstaten, maar het is niet voldoende als de bewijzen geen betrekking hebben op een deel van de Unie, ook al gaat het daarbij maar om één lidstaat.

 

IEPT20180725, HvJEU, KitKat

 

C84/17 P, C85/17 P en C95/17 P - ECLI:EU:C:2018:596

 

Deze uitspraak wordt besproken in de volgende webinars:

IE-update 3e kwartaal 2018

Merkenrecht 2018 Deel 1