Plaatsen van werkstuk op schoolwebsite met daarin een van internet geplukte vrij beschikbare foto vormt toch mededeling aan nieuw publiek

Print this page 08-08-2018
IEPT20180807, HvJEU, Land Nordrhein-Westfalen v Renckhoff

Uploaden foto die eerder volgens dezelfde technische werkwijze, zonder beperkingen en met toestemming van de auteursrechthebbende op een andere website is gepubliceerd valt onder het begrip “mededeling aan het publiek”: sprake van “handeling bestaande in een mededeling” nu een dergelijke plaatsing het bezoekers van de website waarop de foto is geplaatst mogelijk maakt om op deze website toegang te verkrijgen tot die foto, sprake van mededeling aan een “publiek” nu deze zich richt tot alle mogelijke gebruikers van de website waarop de foto is geplaatst , sprake van nieuw publiek nu het publiek dat door de auteursrechthebbende in aanmerking werd genomen toen hij toestemming verleende voor de oorspronkelijke mededeling enkel uit de gebruikers van die website bestond, andersluidende rechtspraak over linken niet van toepassing.

 

AUTEURSRECHT

 

Eerst de achtergrond: Een Duitse leerlinge vond op de website van een reismagazine een foto van de Spaanse stad Cordoba, die zij gebruikte in een werkstuk voor het vak Spaans. Nadat zij haar werkstuk had voltooid, uploadde zij het op de website van de school. Toen de professionele fotograaf die de foto had gemaakt, ervan kennisnam zijn foto zonder zijn toestemming was gebruikt, meende hij dat zijn auteursrecht was geschonden. In deze context verzocht het Bundesgerichtshof het Hof te preciseren of hierbij sprake is van een mededeling aan het publiek, waarbij met name de vraag speelt of sprake is van een “nieuw publiek”.

 

De A-G concludeerde eerder (B915382) dat gelet op het bijkomstige karakter van de afbeelding ten opzichte van het werkstuk, de omstandigheid dat de foto vrij toegankelijk was zonder enige vermelding van beperkingen op het gebruik ervan en het ontbreken van winstoogmerk bij de gedraging van de leerlinge en van het onderwijzend personeel geen sprake is van een mededeling aan het publiek in de zin van de rechtspraak van het Hof.

 

Het Hof zelf denkt hier anders over. Volgens het hof moet een dergelijke handeling worden aangemerkt als beschikbaarstelling en dientengevolge als “handeling bestaande in een mededeling” nu een dergelijke plaatsing het bezoekers van de website waarop de foto is geplaatst, immers mogelijk maakt om op deze website toegang te verkrijgen tot die foto.

 

Daarnaast oordeelt het Hof dat sprake is van een mededeling aan een “nieuw publiek” nu het publiek dat door de auteursrechthebbende in aanmerking werd genomen toen hij toestemming verleende voor de mededeling van zijn werk op de website waarop dit oorspronkelijk werd gepubliceerd, immers enkel uit de gebruikers van die website, en niet uit de gebruikers van de website waarop het werk uiteindelijk zonder toestemming van voornoemde rechthebbende werd gepubliceerd, of andere internetgebruikers.

 

De rechtspraak waarin is geoordeeld dat linken naar werken die zonder beperkende maatregelen en met toestemming van de rechthebbende op internet zijn geplaatst, geen mededeling aan een nieuw publiek vormt (omdat alle internetgebruikers er reeds vrije toegang toe hadden) kan hier volgens het hof niet worden toegepast. In dit kader wordt onder meer overwogen dat deze rechtspraak immers tot stand is gekomen in de specifieke context van hyperlinks en dat een handeling als in het hoofdgeding niet in dezelfde mate als linken bijdraagt aan goede werking van het internet en het verspreiden van informatie. Bovendien blijft het werk in geval van een handeling als in de hoofdzaak - anders dan bij linken - nog steeds beschikbaar als de rechthebbende de zou besluiten zijn werk niet langer openbaar te willen maken.

 

Gelet op het bovenstaande oordeelt het Hof dat het plaatsen op een website van een foto die eerder zonder beperkingen en met de toestemming van de auteursrechthebbende op een andere website is gepubliceerd, wel degelijk valt onder het begrip “mededeling aan het publiek”.

 

IEPT20180807, HvJEU, Land Nordrhein-Westfalen v Renckhoff

 

ECLI:EU:C:2018:634 - C161/17