Heimelijk opgenomen gesprek met fractievoorzitter DENK over nepbanner PVV mocht worden uitgezonden
27-08-2018 Print this pageUitzenden door BNNVARA van heimelijk opgenomen gesprek niet onrechtmatig jegens DENK: (het idee voor) de nepbanner kan worden aangemerkt als een ernstige misstand waarover het publiek moest worden geïnformeerd, heimelijk gemaakte opnamen van het gesprek wijzen uit dat de fractievoorzitter van DENK betrokken is geweest bij de totstandkoming van de banner, het uitrollen van de nepbanner was al in een vergevorderd stadium en geen idee dat snel naar de prullenbak is verwezen en gebruik van de heimelijk gemaakte opnamen gerechtvaardigd voor het weerleggen van de fake news-beschuldigingen van DENK aan het adres van de journalisten.
In De Nieuws B.V., een radioprogramma van BNNVARA, is een heimelijk opgenomen gesprek met de fractievoorzitter van DENK, die ten tijde van de Tweede Kamer verkiezingen van 2017 campagneleider was voor DENK, op 20 juni 2018 uitgezonden. Het gesprek gaat over dat de fractievoorzitter van plan was om onderstaande banner te verspreiden, zonder dat duidelijk werd gemaakt dat de afzender DENK was. In een reactie hierop beschuldigd DENK de journalisten van het maken en verspreiden van fake news.

(de nepbanner )
DENK en eiser 2 (de fractievoorzitter) vorderen verwijdering van de geluidsfragmenten van de websites en social media van BNNVARA en BNNVARA te verbieden om die opnamen op welke wijze dan ook te openbaren.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. BNNVARA had aanvankelijk het gesprek opgenomen voor intern gebruik, maar voelde zich later genoodzaakt om het gesprek toch uit te zenden toen DENK met de beschuldigingen van fake news en het moedwillig willen beschadigen van DENK aan het adres van de journalisten kwam. Het opnemen van een gesprek voor intern gebruik vormt onvoldoende grond voor het opnemen van een gesprek tegen de uitdrukkelijke wens van de gesprekspartner. Als BNNVARA het niet had uitgezonden, was er niet zo veel aan de hand geweest. Voor de vraag of BNNVARA toegestaan was, gezien de beschuldigingen aan haar adres van DENK, om de opnamen toch uit te zenden speelt mee dat het idee van het vervaardigen en verspreiden van een nepbanner aangemerkt kan worden als een ernstige misstand waar het publiek over geïnformeerd moet worden, de nepbanner kon immers leiden tot polarisatie, angst en haat en had Geert Wilders mogelijk zelfs in gevaar gebracht. Uit de opnames blijkt verder dat het idee van de banner van de fractievoorzitter in zijn rol als campagneleider kwam en niet zoals beweerd door DENK, het reclamebureau. Tevens was de uitrol van de banner al in een verggevorderd stadium. Dit maakt het idee van de banner niet zo maar een pikant nieuwsfeitje, zoals DENK stelt.
Het komt erop neer dat de uitzending van BNNVARA voldoende steun vindt in de feiten en dat de fake news-beschuldigingen die Denk aan het adres van de journalisten van BNNVARA richtte dus onterecht waren. Onder deze omstandigheden is het gebruik van de aanvankelijk niet voor uitzending bestemde, heimelijk gemaakte opnamen gerechtvaardigd en proportioneel.
IEPT20180815, Rb Amsterdam, DENK v BNNVARA