Incidentele vordering tot voeging te laat ingesteld

Print this page 11-09-2018
IEPT20180905, Rb Den Haag, Nikon v ASML

Door Zeiss gevorderde voeging aan de zijde van ASML afgewezen: ingevolge artikel 218 Rv dient incidentele vordering tot voeging te worden ingesteld vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding kan worden genomen, nu het door Zeiss gestelde belang bij voeging slechts verband houdt met de procedure in conventie, kon de vordering uiterlijk worden ingesteld op de datum die is bepaald voor het nemen van antwoord in conventie.

 

VOEGING

 

Zeiss vordert dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van ASML te voegen. Deze vordering wordt afgewezen. Ingevolge artikel 218 Rv wordt de incidentele vordering tot voeging ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen, zo overweegt de rechtbank.  In deze zaak volgens het Versneld Regime in Octrooizaken (hierna: VRO), zijn vaste termijnen bepaald voor het indienen van processtukken. Er diende op de rol van 13 juni 2018 te worden geconcludeerd voor antwoord in conventie; de laatste conclusie in de zaak in conventie. Nu uit de incidentele conclusie van Zeiss blijkt dat het door haar gestelde belang bij voeging slechts verband houdt met de procedure in conventie (geen inbreuk want ASML beschikt over een door Zeiss verstrekte sub-licentie), diende de incidentele vordering tot voeging uiterlijk op die datum te zijn ingesteld.

 

IEPT20180905, Rb Den Haag, Nikon v ASML

 

ECLI:NL:RBDHA:2018:10699