Rb Midden-Nederland bevoegd ten aanzien van exhibitievordering in octrooizaak

Print this page 05-11-2018
IEPT20181102, Rb Midden-Nederland, Tomra v Kiremko
(Met dank aan Berber van der Wansem, Tjerk Sigterman en Arvid van Oorschot, Vondst Advocaten)

Rb Midden-Nederland bevoegd ten aanzien van exhibitievordering in octrooizaak: naar letter van de wet valt zelfstandige exhibitievordering niet onder artikel 80 ROW maar onder artikel 83(1) ROW, Haagse rechter is als rechter-plaatsvervanger ingezet. Exhibitie m.b.t. Strata Invicta inzake gestelde inbreuk op EP 385. EP 385 nieuw in licht van GB 119, US 506 en FR 422. EP 385 inventief  ten opzichte van FR 422: “partial problems benadering” niet juist, omdat genoemde maatregelen functioneel samenhangen, niet aangegeven waarom deze vormgevingsmaatregelen ook in een geïntegreerde benadering voor de hand liggen. EP 385 inventief in licht van EP 385 of GB 119 in combinatie met FR 422:  FR 422 openbaart niet technische leer dat met hefvoorziening het effect wordt bereikt dat de te stomen aardappelen/groenten gelijkmatiger en met minder verlies van vruchtvlees van hun schil worden ontdaan. Redelijk vermoeden van inbreuk: overgelegde computersimulatie van tussenstadium in productie Strata Invicta sluit niet uit dat het vat voldoet aan kenmerk dat het afgevlakte zijvalekken heeft in de zin van EP 385. Exhibitie m.b.t. Magma Valve inzake gestelde inbreuk op EP 379. Inventiviteitsaanval onvoldoende onderbouwd c.q. te laat (ter zitting) uitgewerkt. Redelijk vermoeden van inbreuk: onvoldoende onderbouwd dat Magma Valve door een actuator gesloten wordt gehouden (in plaats van door stoomdruk, zoals genoemd in het octrooi), Magma Valve voldoet aan overige kenmerken EP 379. Rechtmatig belang bij exhibitie vorm van Strata Invicta drukvat en technisch functioneren afsluiter Magma Valve. Sprake van bepaalde bescheiden: betreffen documenten die informatie bevatten over technische specificaties en werking Strata Invicta en Magma Valve. Vooralsnog geen rechtmatig belang ten aanzien van inzage in bedienings- en onderhoudshandleidingen en verkoop- en/of trainingsmaterialen: evt. bewijs kan ook uit technische tekeningen/specificaties worden verkregen. Vertrouwelijkheidsregime (artikel 1019i Rv) toegepast. Gevorderde proceskostenvergoeding van € 214.853,50 gematigd naar € 150.000: kosten zeer hoog voor exhibitie, ook als 2 octrooien beoordeeld moeten worden, kosten voor inlezen door nieuwe advocaten moeten voor rekening Tomra komen.

 

HANDHAVING - PROCESRECHT - OCTROOIRECHT

 

Tomra is een producent van sorteer-, schil en verwerkingsmachines en houdster van de Europese octrooien EP 385 en EP 379. Kiremko is een fabrikant van machines voor de aardappelverwerkende industrie. Een van de machines die zij maakt is de Strata Invicta, die al dan niet kan beschikken over een stoomuitlaat afsluiter die zij de “Magma Valve” noemt. Tomra stelt dat Kiremko inbreuk maakt op de genoemde octrooien en heeft bewijsbeslag gelegd onder Kiremko op bescheiden betreffende de Strata Invicta en de Magma Valve. Ook is een gedetailleerde beschrijving gemaakt m.b.t. de Strata Invicta en de Magma Valve.

 

De rechtbank beoordeelt haar bevoegdheid ambtshalve en acht zich internationaal bevoegd op grond van artikel 4 Brussel I bis-Vo en relatief op grond van artikel 99 Rv. De afwijkende bevoegdheid op grond van artikel 80 ROW wordt uitvoering besproken, waarbij wordt aangegeven dat naar de letter van de wet een zelfstandige exhibitievordering niet onder deze exclusieve bevoegdheidsbepaling valt, maar onder artikel 83(1) ROW en dat deze lezing ook in eerdere jurisprudentie wordt gevolgd en instemmend wordt besproken door A-G Van Peursem in zijn conclusie bij het AIB/Novisem-arrest (IEPT20151113) en bij de cassatie in het belang der wet inzake Spin  Master/High5. Hierbij dient overigens te worden opgemerkt dat de Hoge Raad in zijn arrest van dezelfde dag als het onderhavige vonnis een prejudiciële vraag over deze problematiek heeft gesteld met betrekking tot Gemeenschapsmodelrechten. In de onderhavige zaak is gebruik gemaakt van een rechter-plaatsvervanger van de rechtbank Den Haag.

 

De exhibitie wordt met betrekking tot beide producten toegewezen. De ingeroepen octrooien worden voorhands geldig geacht en er is sprake van een redelijk vermoeden van inbreuk met betrekking tot beide producten. Er is sprake van een rechtmatig belang bij de exhibitie en de bescheiden zijn voldoende bepaald, aangezien het documenten betreft die informatie bevatten over technische specificaties en de werking van de Strata Invicta en de Magma Valve. Er is echter vooralsnog geen rechtmatig belang bij de gevorderde inzage in bedienings- en onderhoudshandleidingen en verkoop- en/of trainingsmaterialen. Voor zover daaruit bewijs is te verkrijgen kan dit. bewijs ook uit technische tekeningen/specificaties worden verkregen. De rechtbank past het vertrouwelijkheidsregime ex artikel 1019i Rv toe. De gevorderde proceskostenveroordeling wordt gematigd van € 214.853,50 naar € 150.000, waarbij wordt opgemerkt dat het door Tomra opgegeven bedrag zeer hoog is voor een exhibitie vordering, zelfs als geldt dat in deze zaak twee octrooien ter beoordeling voorliggen. Daarnaast dienen de kosten die zijn gemaakt doordat nieuwe advocaten zich moesten inlezen buiten beschouwing te blijven.

 

De IEPT-versie volgt.

 

(kopie origineel vonnis)