Woordmerk AMSTERDAM UNIVERSITY ten onrechte geweigerd voor waren of diensten die niets met onderwijs te maken hebben

Print this page 21-12-2018
IEPT20181218, Hof Den Haag, UvA v het Bureau
(Met dank aan Herwin Roerdink en Sophie Janssen, Vondst Advocaten)

Woordmerk AMSTERDAM UNIVERSITY terecht geweigerd voor leermiddelen en onderwijsmaterialen en diensten in de klassen 41 (opleiding) en 42 (wetenschappelijke diensten): combinatie van beschrijvende aanduidingen AMSTERDAM en UNIVERSITY verschilt niet van de loutere som van de bestanddelen, onvoldoende onderbouwd dat AMSTERDAM UNIVERSITY is ingeburgerd als synoniem van University of Amsterdam (de Engelstalige naam die de UvA hanteert). Woordmerk AMSTERDAM UNIVERSITY ten onrechte geweigerd voor alle overige waren en diensten: onder toepassing van HvJEU Neuschwanstein (IEPT20180906) vormt het enkele feit dat de waren of diensten door het in aanmerking komend publiek als merchandising of souvenirs worden beschouwd doordat het teken AMSTERDAM UNIVERSITY erop wordt aangebracht of daaraan wordt verbonden, op zich geen wezenlijk kenmerk dat die waren of diensten beschrijft.

 

MERKENRECHT

 

In 2016 heeft UvA een Benelux-depot verricht van het woordmerk AMSTERDAM UNIVERSITY in de klassen 03, 09, 14, 16, 18, 20, 21, 22, 24, 25, 28, 41, 42 en 45. Het Bureau heeft de inschrijving geweigerd.

 

Het hof overweegt dat die weigering terecht is voor zover het gaat om leermiddelen en onderwijsmaterialen en diensten in de klassen 41 (opleiding) en 42 (wetenschappelijke diensten). Volgens het Hof betreft AMSTERDAM een geografische aanduiding van de stad Amsterdam en is UNIVERSITY een (Engelstalige) aanduiding voor een instelling voor hoger wetenschappelijk onderwijs. De samenstelling van deze beschrijvende aanduidingen verschilt niet van de loutere som van zijn bestanddelen. De stelling van UvA dat AMSTERDAM UNIVERSITY is ingeburgerd als synoniem van University of Amsterdam (de Engelstalige naam die de UvA hanteert is naar het oordeel van het Hof onvoldoende onderbouwd.

 

In het kader van alle andere waren komt het hof echter tot een ander oordeel dan het Hof. Het Bureau overwoog dat alle waren en diensten waarvoor UvA het teken heeft gedeponeerd als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat zij afkomstig kunnen zijn of betrekking hebben op een universiteit in Amsterdam omdat het gaat om typische merchandisingproducten die als (relatie)geschenk worden uitgedeeld of in een (souvenir)winkel verkocht. Het Bureau achtte om die reden het teken voor al die waren en diensten beschrijvend.

 

Het Hof oordeelt echter dat onder toepassing van HvJEU Neuschwanstein (IEPT20180906) dat het enkele feit dat de waren of diensten door het in aanmerking komend publiek als merchandising of souvenirs worden beschouwd doordat het teken AMSTERDAM UNIVERSITY erop wordt aangebracht of daaraan wordt verbonden, op zich geen wezenlijk kenmerk vormt dat die waren of diensten beschrijft. Het hof beveelt het Bureau het depot in te schrijven voor alle waren en diensten waarvoor het is gedeponeerd, met uitzondering van de waren leermiddelen en onderwijsmaterialen in klasse 16, alsmede diensten in de klassen 41 en 42.

 

IEPT20181218, Hof Den Haag, UvA v het Bureau

 

(kopie arrest)