Charly-stoel van Montis niet meer auteursrechtelijk beschermd, geen merkinbreuk door verkoop gerepareerde stoelen

Print this page 26-02-2019
IEPT20190129, Hof Amsterdam, Montis

Charly-stoel van Montis komt geen auteursrechtelijke bescherming meer toe nu na verval modelrecht geen instandhoudingsverklaring is afgelegd hetgeen volgens artikel 21 lid 3 (oud) BTMW is vereist: instandhoudingsverklaring slechts in strijd met Berner Conventie voor zover deze afbreuk doet aan minimum beschermingstermijn van 25 jaar welke in 2008 is verstreken, non-discriminatiebeginsel uit artikel 18 VWEU leidt niet tot andere uitkomst, auteursrecht volgens HvJEU niet herleefd door het vervallen van artikel 21 lid 3 en 24 (oud) BTMW, onvoldoende onderbouwd dat de Charly op 1 juli 1995 voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kwam in Duitsland en Frankrijk zodat beroep op artikel 51 lid 1 Aw niet slaagt. Montis heeft geen gegronde reden zich te verzetten tegen verdere verhandeling van ter zitting getoonde herstelde Charly-stoelen: merk wordt na vervanging hoes niet opnieuw aangebracht, voor zover merk wordt gebruikt in reclame-uitingen is duidelijk dat het gaat om tweedehands, door Klaver gerevideerde stoelen. Montis heeft ook geen gegronde reden zich te verzetten tegen verkoop herstelde stoelen met originele bodemplaat waarop het merk Montis is aangebracht: geen wezenlijke kwaliteitsverschillen met het origineel, verwijdering merk kan niet van Klaver worden gevergd.

 

AUTEURSRECHT - MERKENRECHT

 

De afgebeelde Charly-stoel van Montis komt geen auteursrechtelijke bescherming meer toe nu na het verval van het modelrecht geen instandhoudingsverklaring is afgelegd hetgeen volgens artikel 21 lid 3 (oud) BTMW is vereist. Dit oordeelt het Hof Amsterdam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam uit 2013 (IEPT20130703).

 

In de tussenliggende periode zijn meerdere voor deze zaak belangrijke uitspraken gewezen in de zaak Montis/Goosens. Zie onder meer het arrest van de Hoge Raad (IEPT20131213), HvJEU (IEPT20161020) en BenGH (IEPT20180717). Het hof oordeelt - veelal onder verwijzing naar genoemde uitspraken - dat het auteursrecht niet is herleefd door het vervallen van artikel 21 lid 3 en 24 (oud) BTMW.

 

In het kader van de gestelde merkinbreuk oordeel het hof dat Montis geen gegronde reden heeft zich te verzetten tegen verdere verhandeling van ter zitting getoonde herstelde Charly-stoelen. Dit omdat de stoelen na het uitvoeren van de herstellingswerkzaamheden niet meer zijn voorzien van het merk Montis. Het merk wordt na vervanging van de hoes namelijk niet opnieuw aangebracht. Voor zover merk wordt gebruikt in reclame-uitingen is duidelijk dat het gaat om tweedehands, door Klaver gerevideerde stoelen.

 

Montis heeft volgens het hof overigens ook geen gegronde reden zich te verzetten tegen de verkoop van herstelde stoelen met originele bodemplaat waarop het merk Montis is aangebracht. Naar het oordeel van het hof bestaan geen wezenlijke kwaliteitsverschillen met het origineel. Verwijdering van het merk kan bovendien niet van Klaver worden gevergd nu het merk Montis enkel zichtbaar is aan de onderzijde van het zitvlak en aldaar op de bodemplaat zodanig (groot) door Montis is aangebracht dat verwijdering van dit merk zou betekenen en dat nagenoeg de volledige bodemplaat moet worden afgeplakt dan wel andere vergaande ingrepen met betrekking tot deze bodemplaat zouden zijn vereist.

 

IEPT20190129, Hof Amsterdam, Montis

 

(kopie originele arrest)