Inbreuk op Hyundai-merken en auteursrecht door oud Hyundai dealers

Print this page 18-06-2019
IEPT20190313, Rb Den Haag, Hyundai

Dealer- en reparateurovereenkomsten tussen voormalig importeur Hyundai GNC en [BV I c.s.] geëindigd per 31 maart 2016: [BV I c.s.] kon niet verwachten dat contracten door contractsoverneming door Hyundai na einde van importeurschap GNC voor onbepaalde tijd zouden worden voortgezet, aangezien contractsoverneming enkel de per 31 maart 2016 eindigende overeenkomsten kon betreffen. Geen rechtmatig belang bij inzage in (gedeelten) overnameovereenkomst (APA): inzage kan niet meebrengen dat de contractsoverneming door HMNL ander gevolg zou hebben. Belettering, vlaggen en borden [BV I c.s.] maken inbreuk op Hyundai-merken: telkens gebruik gemaakt van woordmerk HYUNDAI in (nagenoeg) gelijk lettertype, woord HYUNDAI groot en opvallend weergegeven, indien HYUNDAI met andere aanduidingen is gecombineerd zijn die kleiner en minder opvallend weergegeven, belettering, vlaggen en borden lijken op die van Hyundai-dealers. (Door BV I c.s.] gemaakte) Hyundai Winterinspectie-brochure maakt inbreuk op auteursrecht HMNL en is overtreding artikel L 4.5 dealer- en reparateurovereenkomst: openbaarmaking van deel van werk HMNL, brochure wekt indruk dat [BV I c.s.] deel uitmaakt van Hyundai dealer- en reparateurnetwerk. Aanwezigheid Hyundai-Garantiesticker op raam van bedrijfspand [BV1] na 31 maart 2016 is inbreuk auteursrecht Hyundai. Uitstallen officiële verkoopbrochures Hyundai maakt inbreuk op merkrechten Hyundai en overtreedt artikel L 4.5. Plaatsen stempel in onderhoudsboekje behorende bij Hyundai voertuig waaraan op 1 augustus 2016 onderhoud is verricht is merkinbreuk en overtreding artikel L 4.5. Verkoop nieuwe auto die vóór einde overeenkomst bij HMNL is gekocht is overtreding artikel L 4.5: verkoop op zichzelf niet in strijd met overeenkomst,    sprake van bijkomende omstandigheden die verkoop in strijd met artikel L 4.5 maken, nu aanbieden van auto met omvangrijke en opvallende belettering met gebruik van de Hyundai-merken de indruk van een commerciële band met Hyundai c.s. wekt. Redelijke uitleg overeenkomst is dat [BV I c.s.] verbeurde boete éénmaal verschuldigd is (€ 60.000 voor BV I, € 54.000 voor BV II):betreft door Hyundai opgestelde eenzijdige (standaard)overeenkomst, niet over de inhoud onderhandeld, beding ten voordele van partij die contract heeft opgesteld, geen tijdbepaling opgenomen, boetebedrag niet gemaximeerd. Geen matiging boete.

 

OVEREENKOMSTEN - MERKENRECHTAUTEURSRECHT

 

Hyundai is een fabrikant van personenauto’s en een houdster van een aantal Hyundai-merken. Greenib Car B.V. (hierna: GNC) was de Nederlandse importeur van Hyundai motorvoertuigen. Zij heeft dealerovereenkomsten en reparateurovereenkomsten met betrekking tot Hyundai motorvoertuigen gesloten met onder meer [BV I c.s.]. Hyundai heeft de Wholesaler Sales Agreement met GNC opgezegd per 31 maart 2016. Als gevolg hiervan heeft GNC [BV I c.s.]. bericht dat de dealerovereenkomsten en reparateurovereenkomsten per 31 maart 2016 worden opgezegd. Later heeft Hyundai GNC overgenomen. Hyundai heeft op 30 oktober 2015 [BV I c.s.] laten weten dat er geen nieuwe contracten zouden worden aangeboden. De voorzieningenrechter heeft de gevorderde nakoming van de dealer- en reperateurovereenkomst en het gevorderde sluiten van nieuwe dealer- en reperateurovereenkomsten afgewezen. Het hof heeft dit vonnis bekrachtigd. Hyundai stelt nu dat [BV I c.s.] onder meer inbreuk maakt op haar merken- en auteursrechten door nog gebruik te maken van o.a. Hyundai belettering, vlaggen en borden. [BV I] zou hierdoor een contractuele boete van € 138.000 verschuldigd zijn en [BV II] een contractuele boete van € 162.000.

 

De rechtbank oordeelt dat de Dealer- en reparateurovereenkomsten tussen voormalig GNC en [BV I c.s.] geëindigd zijn per 31 maart 2016.                 [BV I c.s.] kon niet verwachten dat de contracten door de contractsoverneming door Hyundai na het einde van het importeurschap van GNC voor onbepaalde tijd zouden worden voortgezet, aangezien de contractsoverneming enkel de per 31 maart 2016 eindigende overeenkomsten kon betreffen. In elk geval geldt dat het [BV I c.s.] vanaf de brief van 30 april 2015 (waarin Hyundai schrijft dat de contractuele relatie eindigt per 31 maart 2016) duidelijk moet zijn geweest dat de bestaande overeenkomsten met HMNL op 31 maart 2016 zouden eindigen. De gevorderde inzage van overname overeenkomst wordt afgewezen, omdat [BV I c.s.] daarbij geen rechtmatig belang heeft. De inzage kan namelijk niet meebrengen dat de contractsoverneming door HMNL een ander gevolg zou hebben.

 

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de  belettering, vlaggen en borden die bij [BV I c.s.] zijn aangetroffen inbreuk maken op de Hyundai-merken. Er wordt telkens gebruik gemaakt van het woordmerk HYUNDAI in (nagenoeg) een gelijk lettertype aan de Hyundai merken en het woord HYUNDAI is groot en opvallend weergegeven. Indien HYUNDAI met andere aanduidingen is gecombineerd zijn die kleiner en minder opvallend weergegeven. Daarnaast lijken de belettering, de vlaggen en de borden op die van de Hyundai-dealers. De (door BV I c.s.] gemaakte) Hyundai Winterinspectie-brochure maakt inbreuk op het auteursrecht van Hyundai en is een overtreding van artikel L 4.5 van de dealer- en reparateurovereenkomst. Het betreft een openbaarmaking van een deel van het werk van Hyundai en de brochure wekt de indruk dat [BV I c.s.] deel uitmaakt van het Hyundai dealer- en reparateurnetwerk. Er is namelijk gebruik gemaakt van diverse afbeeldingen/teksten die gekopieerd zijn uit door Hyundai in 2015 gehanteerde brochures. Ook wordt geoordeeld dat de aanwezigheid van de Hyundai-Garantiesticker op het raam van bedrijfspand [BV1] na 31 maart 2016 inbreuk maakt op het auteursrecht van Hyundai. Het uitstallen van de officiële verkoopbrochures van Hyundai en het plaatsen van een stempel in een onderhoudsboekje behorende bij een Hyundai voertuig waarop op 1 augustus 2016 onderhoud is verricht maakt inbreuk op de merkrechten van Hyundai en overtreedt artikel L 4.5 van de overeenkomst. Ten slotte wordt geoordeeld dat de verkoop van een nieuwe auto die vóór het einde van de overeenkomst bij Hyundai is gekocht een overtreding betreft van artikel L 4.5. De verkoop op zichzelf is niet in strijd met de overeenkomst, maar er is sprake van bijkomende omstandigheden die daar wel voor zorgen, nu het aanbieden van de auto met omvangrijke en opvallende belettering met gebruik van de Hyundai-merken de indruk van een commerciële band met Hyundai c.s. wekt.

 

De rechtbank oordeelt met betrekking tot de verbeurde boetes dat het een redelijke uitleg van de overeenkomst is dat  [BV I c.s.] de verbeurde boete éénmaal verschuldigd is. Dat leidt tot een boete van € 60.000 voor BV I en een boete van € 54.000 voor BV II. De boete wordt niet gematigd.

 

IEPT20190313, Rb Den Haag, Hyundai

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:2591