De Groene Zuster mocht franchiseovereenkomst niet buitengerechtelijk ontbinden

Print this page 15-08-2019
IEPT20190325, Rb Gelderland, De Groene Zuster

Franchiseovereenkomst niet beëindigd met wederzijds goedvinden: geen overeenstemming over voorwaarden waarop samenwerking zou worden verbroken. Franchiseovereenkomst niet rechtsgeldig ontbonden: geen tekortkoming gedaagde met betrekking tot betaling instapfee, gedaagde heeft de gestelde omzet gehaald, e-mailbericht waarin gedaagde haar cliënten bericht over beëindiging relatie met De Groene Zuster doet geen afbreuk aan naam De Groene Zuster en gedaagde heeft niet in strijd met franchiseovereenkomst gehandeld door eigen logo naast logo Groene Zuster te gebruiken. Overeenkomst loopt tot 1 juni 2019: tot die datum mag gedaagde naam, logo en cliëntenbestand gebruiken en handelt niet in strijd met concurrentiebeding.

 

IE-VERBINTENISSENRECHT

 

De Groene Zuster heeft gedaagde per 8 januari 2019 afgesloten van het bij de franchiseformule van De Groene Zuster behorende digitale werksysteem. Gedaagde heeft De Groene Zuster vervolgens bij brief van 10 januari 2019 gesommeerd haar weer toegang te geven tot het digitale werksysteem. Bij brief van 14 januari 2019 heeft De Groene Zuster de franchiseovereenkomst tussen partijen ontbonden.

 

De Groene Zuster vordert dat de voorzieningenrechter gedaagde verbiedt het recht op het merk en/of logo van De Groene Zuster te schenden door dit op welke wijze dan ook te gebruiken, doorhaling van de handelsnaam van De Groene Zuster bij de kvk en gedaagde te verbieden gebruik te maken van het cliëntenbestand, de cliëntendatabank dan wel iedere andere vastlegging van cliënten van De Groene Zuster. Volgens De Groene Zuster volgt dit uit de vaststellingsovereenkomst inhoudende de beëindiging van de samenwerking tussen partijen die met wederzijds goedvinden tot stand is gekomen.

 

Volgens de voorzieningenrechter volgt echter uit de e-mails die naar het klantenbestand zijn gestuurd met de titel Gedaagde en De Groene Zuster verbreken de relatie niet dat gedaagde akkoord is gegaan met de ‘eerder bereikte consensus’ zoals De Groene Zuster stelt. Dat partijen niet meer met elkaar verder wilden staat vast, maar over de voorwaarden waarop de samenwerking tussen hen zou worden verbroken bestond nog geen overeenstemming. Voorts mocht De Groene Zuster de overeenkomst niet buitengerechtelijk ontbinden. Gedaagde had voldaan aan de instapfee, gestelde minimumomzet en gedaagde heeft door het sturen van voornoemde e-mail geen afbreuk gedaan aan de goede naam en reputatie van De Groene Zuster. In het e-mailbericht legt gedaagde uit wat er aan de hand is, aangezien De Groene Zuster een aantal afspraken van gedaagde had overgenomen zonder hierover met gedaagde te overleggen. Deze e-mail doet in de ogen van de voorzieningenrechter geen afbreuk aan de goede naam van De Groene Zuster en levert geen tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst op. Voor het gebruik van het logo van De Groene Zuster naast het logo van gedaagde, had De Groene Zuster in eerste instantie toestemming gegeven. Dat De Groene Zuster deze toestemming later weer heeft ingetrokken, wordt door gedaagde gemotiveerd betwist en kan ook niet tot een tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst leiden.

 

IEPT20190325, Rb Gelderland, De Groene Zuster

 

ECLI:NL:RBGEL:2019:2630