Geen verwarringsgevaar handelsnamen Cvwizard en CV.nl en handelsnaam CVmaker

Print this page 31-05-2019
IEPT20190326, Hof Amsterdam, CVmaker v Resumedia

Geen verwarringsgevaar handelsnamen Cvwizard en CV.nl en handelsnaam CVmaker: nadruk ligt op kenmerkende bestanddelen ‘wizard’ en ‘nl’ enerzijds en ‘maker’ anderzijds die niet identiek en geen synoniemen van elkaar zijn. Geheimhoudingsbeding omvat mede een non-concurrentiebeding: appelanten hebben zich verplicht de informatie op geen enkele wijze in exploitatie te nemen.

 

HANDELSNAAMRECHT - NON-CONCURRENTIEBEDING

 

Resumedia stelt dat CVmaker inbreuk maakt op hun handelsnamen CVwizard en CV.nl en wanprestatie pleegt omdat CVmaker althans [appellant sub 2] en [appellant sub 3] bij hun werkzaamheden als programmeurs voor Resumedia gebonden zijn geraakt aan een geheimhoudingsbeding. Bij het vonnis waarvan beroep heeft de voorzieningenrechter de op de handelsnaam gebaseerde vorderingen afgewezen wanprestatie en onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen van Resumedia toegewezen. Het hof doet hetzelfde.

 

Ten aanzien van de mate van overeenstemming tussen de betrokken handelsnamen CVwizard en CV.nl enerzijds en CVmaker anderzijds stelt hof voorop dat die namen in hun geheel dienen te worden vergeleken maar dat daarbij de nadruk ligt op vergelijking van de kenmerkende bestanddelen daarvan, nu immers minder kenmerkende bestanddelen (zoals onderdelen van de naam die beschrijvend zijn voor of verwijzen naar de activiteiten van de onderneming) minder snel aanleiding kunnen zijn tot verwarring tussen de betrokken ondernemingen. Hierdoor ligt meer nadruk op vergelijking van de bestanddelen ‘wizard’ en ‘nl’ enerzijds en ‘maker’ anderzijds die niet identiek en geen synoniemen van elkaar zijn. Aldus heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat in hun geheel bezien voldoende verschil aanwezig is tussen genoemde handelsnamen om verwarring bij het relevante publiek te voorkomen, zo stelt het hof.

 

Het hof komt net als de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het geheimhoudingsbeding mede een non-concurrentiebeding omvat. Uit de bewoordingen van de bepaling volgt dat [appellant sub 2] en [appellant sub 3] “alle informatie” waarover zij in verband met de werkzaamheden van opdrachtnemer beschikten geheim dienen te houden gedurende de looptijd van de opdrachten alsook na die tijd, en zich hebben verplicht “de Informatie op geen enkele wijze, in gewijzigde noch in ongewijzigde vorm, in exploitatie te nemen”. Dit betekent, mede gelet op de strekking van deze bepaling, dat [appellant sub 2] en [appellant sub 3] deze redelijkerwijs niet anders hebben kunnen begrijpen dan dat, ongeacht de bron van de kennis of gegevens die [appellant sub 2] en [appellant sub 3] gedurende de uitvoering van hun opdrachten voor Resumedia c.s. hebben ingebracht of verkregen, zij die informatie geheim dienen te houden, ook na uitvoering van de opdrachten, en deze niet mogen gebruiken en/of daarmee mogen concurreren, zo concludeert het hof.

 

Wel volgt het hof het standpunt van CVmaker dat de door de voorzieningenrechter toegewezen vordering tot opgave, te ver strekkend is. Naar het voorlopig oordeel van het hof is niet althans onvoldoende aannemelijk geworden dat alle onder de naam CVmaker aangeboden diensten onrechtmatig zijn, zodat het verstrekken van alle klantgegevens, correspondentie en documenten waarop de naam CVmaker voorkomt het kader van dit kort geding te buiten gaat. De vordering tot opgave dient dus te worden afgewezen.

 

IEPT20190326, Hof Amsterdam, CVmaker v Resumedia

 

ECLI:NL:GHAMS:2019:1046