Rb bevoegd inzake negatieve verklaringen van recht van geen inbreuk op nog te verlenen octrooien

Print this page 28-06-2019
IEPT20190508, Rb Den Haag, Pfizer v Roche

Rb op grond van artikel 5(3) EVEX-Verdrag indien Pfizer biosimilar die onder EP (NL) octrooi van Roche valt in Nederland op de markt brengt: schadebrengend feit in Nederland. Rb ook bevoegd zolang nog slechts sprake is van octrooi-aanvrage: hypothetische situatie staat niet in de weg van aannemen bevoegdheid, op grond van artikel 72 ROW kan Roche (met terugwerkende kracht) op basis van octrooiaanvragen aanspraak maken op redelijke vergoeding voor handelingen Pfizer voor octrooiverlening, waardoor Pfizer al belang heeft bij rechtszekerheid negatieve verklaring voor recht. Voldoende concrete aanknopingspunten met Nederland: octrooiaanvrage in Nederland brengt band met Nederland mee, voldoende aannemelijk dat Pfizer marktintroductie in Nederland zal doen. Bevoegdheid strekt zich uit tot toekomstige afsplitsingen EP 509 of EP 558: hypothetische situatie sluit  bevoegdheid ex artikel 5(3) EVEX-Verdrag niet uit, voldoende aanknopingspunten met Nederland o.a. door octrooiaanvragen strategie die erop gericht lijkt telkens verdere afsplitsingen te kunnen aanvragen.

 

PROCESRECHT - IPR

 

Roche brengt een geneesmiddel met de stofnaam bevacizumab op de markt onder de handelsnaam Avastin. Roche heeft een tweetal octrooiaanvragen gedaan (EP 508 en EP 508). Pfizer heeft een biosimilar ontwikkeld voor bevacizumab en Roche verzocht te bevestigen dat haar voorgenomen marktintroductie van het Pfizer biosimilar geen inbreuk maakt op EP 509, EP 558 of enig ander octrooi uit de portfolio van Roche c.s.. Deze bevestiging is uitgebleven, waardoor Pfizer onderhavige procedure is gestart. Roche heeft een bevoegdheidsincident opgeworpen. De rechtbank acht zich bevoegd om van de vorderingen van Pfizer kennis te nemen.

 

De rechtbank oordeelt dat zij op grond van artikel 5(3) EVEX-Verdrag bevoegd zou zijn indien Pfizer een biosimilar die odner een EP (NL) octrooi van Roche valt in Nederland op de markt brengt, omdat het schadebrengende feit dan in Nederland speelt. De rechtbank acht zichzelf ook bevoegd zolang nog slechts sprake is van een octrooiaanvrage, omdat een hypothetische situatie daaraan niet in de weg zou staan. Daarnaast wordt overwogen dat Roche op basis van de octrooiaanvragen grond van artikel 72 ROW met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op een redelijke vergoeding voor handelingen van Pfizer, waardoor Pfizer al belang heeft bij de rechtszekerheid van een negatieve verklaring voor recht.  Er zijn ook voldoende aanknopingspunten met Nederland, gelet op dat een octrooiaanvrage in Nederland een band met Nederland met zich brengt en omdat voldoende aannemelijk is dat Pfizer een marktintroductie in Nederland zou doen. De bevoegdheid strekt zich ook uit tot toekomstige afsplitsingen van EP 509 of EP 588 op grond grotendeels gelijke redenen als hiervoor genoemd.

 

IEPT20190508, Rb Den Haag, Pfizer v Roche

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:4515