Lidl maakt ongeoorloofde vergelijkende reclame door haar crème te vergelijken met die van La Prairie

Print this page 03-06-2019
IEPT20190531, Rb Amsterdam, La Prairie v Lidl

Lidl maakt ongeoorloofde vergelijkende reclame ex artikel 6:194a BW door uitingen dat de Cien Cellular beauty gezichtscrème ‘vergelijkbare ingrediënten bevat als in de La Prairie Cellular Radiance cream (die bijna € 550,- kost!)’: juistheid en volledigheid van de feitelijke gegevens in de reclame onvoldoende aannemelijk gemaakt nu door Lidl aangehaalde tijdschriften zich baseren op een persbericht van Lidl UK en geen eigen onderzoek hebben verricht, en uit een door Lidl ingebracht rapport blijkt dat de crème van La Prairie naast de ingrediënten die vergelijkbaar zijn met die in de crème van Lidl nog 45 andere ingrediënten bevat. Sprake van merkinbreuk ex artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE: ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van La Prairie.

 

 

RECLAMERECHT - MERKENRECHT

 

Lidl heeft een aantal keer met een tijdelijke actie en een beperkte voorraad ‘Cien Cellular beauty gezichtscrème’ aangeboden in haar winkels in Nederland. Lidl heeft daarbij gesteld dat deze crème  ‘ingrediënten bevat die vergelijkbaar zijn met La Prairie’ en ‘vergelijkbare ingrediënten bevat als in de La Prairie Cellular Radiance cream (die bijna € 550,- kost!)’. Volgens La Prairie maakt Lidl zich hiermee schuldig aan misleidend adverteren en aan onrechtmatige vergelijkende reclame in de zin van artikel 6:194 en 6:194a BW waardoor dientengevolge sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub b en d van het BVIE.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat aan de orde is of de reclame-uitingen van Lidl voldoen aan de eisen voor geoorloofdheid van artikel 6:194a BW. Op grond van artikel 6:195 BW is het aan Lidl om in kort geding de juistheid en volledigheid van de feitelijke gegevens in de reclame voldoende aannemelijk te maken. Lidl heeft in haar reclame-uitingen verwezen naar de bron van haar claims, onder meer de artikelen in THE SUN, Flair Magazine, Beaumonde en Grazia. Dat deze tijdschriften zelfstandig een onderzoek hebben verricht naar de ingrediënten van beide crèmes is echter onvoldoende aannemelijk. Het heeft er naar het oordeel van de voorzieningenrechter gelet op de tekst en de datum van verschijning alle schijn van dat deze zijn gebaseerd op het persbericht van Lidl UK dat kort daarvoor werd gepubliceerd. Ook een door Lidl ingebracht rapport maakt de claims onvoldoende aannemelijk. Blijkens het rapport bevat de crème van Lidl 36 ingrediënten en die van La Prairie 81. Lidl vertelt volgens de voorzieningenrechter dus minst genomen een halve waarheid, nu de crème van La Prairie naast de ingrediënten die vergelijkbaar zijn met die in de crème van Lidl nog 45 andere ingrediënten bevat. Hiermee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van misleidende vergelijkende reclame.

 

Daarnaast wordt geoordeeld dat sprake is van merkinbreuk ex artikel 2.20 lid c BVIE nu  ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van La Prairie. Niet in geschil is dat Lidl het merk heeft gebruikt en dat La Prairie daar geen toestemming voor heeft gegeven. Evenmin is in geschil dat het merk wordt gebruikt voor het aanprijzen van gelijke of overeenstemmende waren. Dankzij de afstraling van het imago van La Prairie of de door La Prairie opgeroepen kenmerken van de crème is duidelijk sprake van exploitatie van de bekendheid van het merk. Lidl lift mee op de reputatie van La Prairie, zo concludeert de voorzieningenrechter.

 

IEPT20190531, Rb Amsterdam, La Prairie v Lidl

 

ECLI:NL:RBAMS:2019:3868