Onrechtmatig handelen door e-mailadres aan te maken om namens klant bij concurrent geplaatste order te annuleren

Print this page 12-06-2019
IEPT20190606, Rb Den Haag, Smienk v Otolift
(Met dank aan Matthijs Kaaks, Boekx)

Otolift heeft door een e-mailadres aan te maken en daarmee namens een klant een order bij concurrent Smienk te  annuleren - ook als de klant dit zelf wilde - onrechtmatig gehandeld:  ten onrechte de schijn gewekt dat de e-mail rechtstreeks van de klant afkomstig was. Naast verbod ook interne rectificatie toegewezen: gelet op eerdere incidenten heeft Otolift binnen haar organisatie kennelijk onvoldoende gecommuniceerd wat de grenzen van het toelaatbare en betamelijke zijn.

 

ONRECHTMATIGE DAAD

 

In maart 2019 heeft een klant offertes heeft aangevraagd bij zowel Otolift als Smienk. Beide bedrijven hebben daarvoor een bezoek gebracht aan de woning van deze klant. De klant heeft de offerte van Smienk aanvaard en Otolift daarna meegedeeld niet van haar diensten gebruik te zullen maken. Otolift heeft vervolgens een nieuw aanbod gedaan, waarna de klant heeft aangegeven dat te willen aanvaarden mits de opdracht aan Smienk nog geannuleerd kon worden. Een medewerker van Otolift heeft dat gedaan door zonder medeweten van de klant bij “Gmail” een e-mailadres aan te maken, bestaande uit de naam van de klant en de cijfers van diens postcode. Vanuit dat e-mailadres is een bericht verstuurd naar Smienk, ondertekend met de naam van de klant, waarin staat vermeld dat alsnog wordt afgezien van de aankoop. Nadat voormelde handelwijze aan het licht is gekomen, heeft Otolift de betreffende order geannuleerd en is er alsnog uitvoering gegeven aan de overeenkomst tussen de klant en Smienk.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat de bovengenoemde handelswijze - ook als ervan wordt uitgegaan dat de klant de wens had dat Otolift zou trachten om de opdracht bij Smienk alsnog te annuleren - onrechtmatig is.  Otolift heeft namelijk ten onrechte de schijn willen wekken dat dat e-mailadres van de klant was en dat het daarin opgenomen bericht rechtstreeks van hem afkomstig was. Volgens de voorzieningenrechter bestaat gelet op het feit dat in een eerder vonnis (IEPT20180228) voor recht is verklaard dat Otolift onrechtmatig heeft gehandeld door in telefoongesprekken met klanten afbrekende mededelingen te doen over Smienk, bovendien een gerede kans dat Otolift haar handelswijze zal herhalen. De voorzieningenrechter ervan uit dat Otolift binnen haar organisatie kennelijk onvoldoende heeft gecommuniceerd wat de grenzen van het toelaatbare en betamelijke zijn. Naast het verbod om klanten van Smienk te benaderen met als doel om te bewerkstelligen dat deze personen de opdracht aan Smienk trachten te annuleren, dient Otolift daarom eveneens een bericht te sturen aan al haar medewerkers waarin hen wordt gevraagd zich van bovenstaande handelingen te onthouden.

 

IEPT20190606, Rb Den Haag, Smienk v Otolift

 

(kopie originele vonnis)