Kamstra heeft geen belang bij gevorderde bescheiden, exhibitie-incident misbruik van recht

Print this page 02-10-2019
IEPT20190724, Rb Den Haag, Abbott v Kamstra

Vordering Kamstra van bescheiden Abbott met oog op de hoofdzaak, afgewezen: Kamstra geen rechtmatig belang en de behoefte van Kamstra om ´het volledige verhaal´ te kennen levert geen rechtmatig belang op in de zin van artikel 843a Rv. Vordering Kamstra van bescheiden Abbott ten behoeve van de vrijwaringszaak, afgewezen: Kamstra heeft incident opgeworpen tegen Abbott als derden en is niet gericht op enige instructie van de hoofdzaak en dient het alleen de vrijwaringszaak; dit past niet in het systeem van de Rv. Tevens is het enige tijd stilliggen van de hoofdzaak om door middel van dit exhibitie-incident bewijs te vergaren voor de vrijwaringszaak, niet te verenigen met goede procesorde. Incident aangemerkt als misbruik van recht: Kamstra veroordeeld in de volledige proceskosten. Kamstra wordt in de hoofdzaak toegestaan voor antwoord te concluderen: niet toestaan zou verstrekkende en zeer nadelige consequenties voor Kamstra hebben, waaronder het niet in kunnen stellen van de voorgenomen vorderingen in reconventie.

 

PROCESRECHT-HANDHAVING

 

Zie voor de feiten in de hoofdzaak: het boek9-bericht bij IEPT20190115.


In onderhavig geschil in incident vordert Kamstra, Abbott te bevelen om afschriften aan Kamstra te overleggen van ‘de Abbott-documenten’: de stukken die Abbott betreffende Abbott Freestyle test strips met een counterfeit-karkater waarbij Kamstra (volgens Abbott) betrokken is (geweest).

 

Kamstra cs gronden hun incidentele vorderingen op artikel 843a Rv. Daarin is bepaald dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.

 

Kamstra cs verwijten Abbott cs dat zij op basis van onvolledige voorlichting (a) bewijsbeslag hebben gelegd en inzage hebben gekregen in een grote hoeveelheid out-of-scope documenten van Kamstra cs, terwijl zij al over relevante informatie over hun vorderingen beschikten. Volgens Kamstra cs is het voor hun verweer in conventie en hun voorgenomen vordering in reconventie nodig dat ‘het volledige verhaal’ dat nog niet bekend is, boven water komt. Ze doelen daarmee op (i) het exacte moment waarop Abbott cs wetenschap hadden over de betrokkenheid van Kamstra cs, (ii) het exacte moment waarop Abbott cs besloten gerechtelijke acties tegen Kamstra cs te ondernemen, (iii) het exacte moment waarop Abbott cs wetenschap had van betrokkenheid van [A] en Prämie en de exacte voornemens van Abbott cs omtrent het wel of niet optreden tegen deze partijen en (iv) de besluitvorming van Abbott cs omtrent de acties die zij nu heeft ondernomen, bijvoorbeeld omtrent de vraag waarom Abbott cs pas eind mei 2017 actie heeft ondernomen tegen alleen Kamstra cs en niet eerder tegen [A] en/of Prämie.

 

Uit de toelichting van Kamstra volgt dat de gevorderde exhibitie ziet op het vergaren van meer en duidelijker bewijs van hun stellingen over aansprakelijkheid van Abbott en over de omvang en reikwijdte van deze gestelde aansprakelijkheid. Wanneer de door Abbott gemotiveerd betwiste aansprakelijkheid is vastgesteld in de hoofdzaak, zijn de omvang en reikwijdte daarvan relevant. Het exhibitie-incident is ontijdig ingesteld en Kamstra heeft geen rechtmatig belang bij verkrijging van de  gevorderde bescheiden. Voorts levert de behoefte van Kamstra om een en ander verder uit te zoeken door meer en duidelijker bewijs te verkrijgen en het volledige verhaal te kennen geen rechtmatig belang op in de zin van artikel 843a Rv, te meer omdat Abbott niet betwist dat zij in februari en maart 2017 de beschikking te hebben gekregen over de documenten waaruit Kamstra zijn wetenschap afleiden. De ruim geformuleerde vorderingen zijn veeleer een fishing expedition.

 

De rechtbank kwalificeert dit exhibitie-incident als misbruik van recht. Het voor enige tijd stilleggen van de hoofdzaak om met dit middel bewijs te vergaren voor de vrijwaringszaak, is niet te verenigen met de goede procesorde.

Nu het met het oog op de vrijwaringszaak ingestelde exhibitie-incident als misbruik van recht is gekwalificeerd, is in zoverre plaats voor een volledige proceskosten vergoeding.

 

IEPT20190724, Rb Den Haag, Abbott v Kamstra

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:7528