Aanvraag merkregistratie Beauty Award te kwader trouw

Print this page 02-09-2019
IEPT20190724, Rb Den Haag, Riberg v BTP

Riberg geen mederechthebbende van de IE-rechten Beauty Award: BA-merk is na faillietverklaring IABC geregistreerd, BA-logo geen voor overdracht vatbaar vermogensrecht, geldige titel over overdracht aandeel handelsnaam ontbrak, domeinnaam is geen absoluut vermogensrecht. Aanvraag merkregistratie beeldmerk door BTP is te kwader trouw: aanvraag enkel ter zekerstelling dat BTP alleen rechthebbende van het BA-merk was in een situatie waarin het haar nog niet vrijstond eigenmachtig het BA-logo In eigen naam als merk te registreren.

 

IE-VERBINTENISSENRECHTFAILLISSEMENT IE-RECHTHEBBENDE - MERKENRECHT

 

IABC en BTP organiseren samen de Beauty Awards. Hiertoe hebben zij sinds 2013 een samenwerkingsovereenkomst. IABC wordt op 18 oktober 2016 failliet verklaard. Riberg koopt de failliete boedel. BTP informeert op 18 november de curator dat door het faillissement de overeenkomst uit 2013 ontbonden wordt. Op dezelfde datum heeft BTP een aanvraag voor inschrijving van het BA-logo bij het BBIE gedaan. Riberg maakt aanspraak op de IE-rechten van de Beauty Award uit de failliete boedel van IABC.

 

Riberg vordert de rechtbank nu voor recht te verklaren dat Riberg mederechthebbende is van de IE-rechten van de Beauty Award. Riberg vordert tevens de verdeling van de gemeenschap ter zake van de IE-rechten van de Beauty Award, met toedeling van de IE-rechten aan Riberg. Ook vordert Riberg de inschrijving van het BA-merk nietig te verklaren vanwege kwader trouw. 
De vordering met betrekking tot de IE-rechten van de Beauty Award kan alleen worden toegewezen als ten aanzien van het BA-merk, het BA-logo, de handelsnaam en de domeinnaam is voldaan aan de cumulatieve vereisten dat (a) het voor overdracht vatbare vermogensbestanddelen zijn, (b) ten aanzien daarvan een eenvoudige gemeenschap bestond tussen IABC en BTP, (c) het aandeel daarin viel in de failliete boedel van IABC en (d) is overgedragen in het kader van de doorstart die met de verkoop van de activa en de activa door de curator is gerealiseerd.

 

Een handelsnaam is een voor een overdracht vatbaar vermogensrecht. In het geval van faillissement valt een handelsnaam in de failliete boedel. Tevens werd de handelsnaam gebruikt voor het door IABC en BTP samen drijven van een onderneming, dus is er ten aanzien van de handelsnaam een eenvoudige gemeenschap ontstaan tussen IABC en BTP. Het aandeel van partijen in deze gemeenschap was gelijk en het aandeel van IABC valt in de failliete boedel. Artikel 3:175 BW bepaalt dat ieder van de deelgenoten over zijn aandeel in een gemeenschappelijk goed kan beschikken, tenzij uit de rechtsverhouding tussen deelgenoten anders voortvloeit. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 4 lid 4 van de samenwerkingsovereenkomst dat het aandeel van IABC in de handelsnaam alleen met toestemming van BTP kon worden overgedragen. Daarmee vloeit uit de rechtsverhouding tussen IABC en BTP voort, dat het aandeel van IABC in de handelsnaam alleen met toestemming van BTP kon worden overgedragen. Aangezien partijen geen afspraak hadden gemaakt over beëindiging van de samenwerking in het geval één van hen failliet zou gaan, gold het uitgangspunt van de Fw dat het (voort)bestaan van een overeenkomst niet wordt beïnvloed door het faillissement van een van de contractanten. Nu niet aan het toestemmingsvereiste van artikel 4.4 samenwerkingsovereenkomst is voldaan ontbreekt een geldige titel voor overdracht van het aandeel van IABC in de handelsnaam.

 

Nietigverklaring BA-merk
Onder het geharmoniseerde BVIE bij de beoordeling van de kwade trouw is niet langer het eerste gebruik van het merk van belang , maar is de wetenschap en het oogmerk van de aanvrager, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval, de belangrijkste factor voor het aantonen van kwader trouw. Na het faillissement van IABC was artikel 1 lid 3 van de samenwerkingsovereenkomst (de intellectuele eigendomsrechten op de Beauty Award zijn op gelijkwaardige basis eigendom van beide partijen) nog altijd geldig. Het stond BTO dus niet vrij eigenmachtig en zonder toestemming van IABC het BA-logo in haar eigen naam als merk te deponeren. De aanvraag diende geen ander doel dan het alleenrecht op het BA-logo te krijgen en is daarmee te kwader trouw.

 

IEPT20190724, Rb Den Haag, Riberg v BTP

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:7524