Inbreuk op Beneluxwoordmerk door gebruik ‘OHR Farm Ghee’ op wikkels van blikken geklaarde boter

Print this page 18-10-2019
IEPT20190731, Rb Den Haag, Raviangelo v Koas

Inbreuk op Beneluxwoordmerk OHR PURE FARM GHEE door gebruik ‘OHR Farm Ghee’ op wikkels van blikken geklaarde boter: onvoldoende betwist of weersproken dat een overeenstemmend merk zonder toestemming is gebruikt voor dezelfde waren en verwarringsgevaar oplevert. Vordering tot staken en gestaakt houden gebruik Villageoise en Santigron-merken afgewezen: inbreuk gemotiveerd betwist en van onvoldoende toelichting voorzien. Onrechtmatig annuleren van bestelling door Koas van bestelling eiser leidt tot schade: stelling dat eiser bij annulering aanwezig was gemotiveerd weersproken en onderbouwing gevorderde bedrag niet deugdelijk, schadevergoeding op te maken bij staat. Vordering tot betaling van vergoeding voor betrekken palmolie onder merk VILLAGEOISE afgewezen: onvoldoende onderbouwd dat een mondelinge afspraak bestond. Geen wettelijke handelsrente verschuldigd maar wel wettelijke rente toegewezen over periode van uitblijven terugbetaling geldleningsovereenkomst: rechtsverhouding niet aan te merken als handelsovereenkomst. Vordering tot betaling van (openstaande)facturen van V&R, vermeerderd met wettelijke handelsrente, toegewezen: verzaken van betalingsverplichting niet weersproken, beroep op opschortingsrecht faalt. Rechtsgeldige opzegging van overeenkomst wegens zwaarwegende grond: geschonden vertrouwen door merkinbreuk en onrechtmatig annuleren bestelling. Proceskosten volgens indicatietarieven IE-zaken: IE-deel 20%, normale zaak, voor het overige liquidatietarief.

 

MERKENRECHT - ONRECHTMATIGE DAAD - IE-VERBINTENISSENRECHT

 

Eiser importeert levensmiddelen uit vooral Zuid-Amerika en Azië voor distributie in Nederland en andere landen van de Europese Unie. Eiser heeft de Nederlandse activiteiten ondergebracht in een groep van vennootschappen. In dat kader heeft eiser Raviangelo, [P] B.V. en de Overzeese Handelsonderneming Radjesh B.V. (hierna: Radjesh) opgericht. Raviangelo is houdster van het Beneluxwoordmerk OHR PURE FARM GHEE. Eiser is houder van het Beneluxwoordmerk VILLAGEOISE en van het OHR-beeldmerk. Gedaagde, Koas, heeft een groothandel in tropische producten.

 

Op 22 augustus 2012 heeft eiser haar aandelen in Radjesh verkocht aan Koas. Partijen verschillen van mening over de aard van de exclusieve verkooprechten die in artikel 6a van de koopovereenkomst zijn neergelegen. Koas heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld en bewezen dat de exclusieve verkooprechten vermogensrechten zijn die aan haar in eigendom zijn overgedragen. De rechtbank gaat er dus vanuit dat in artikel 6a van de overeenkomst een distributieovereenkomst besloten ligt. Daarnaast heeft Koas onvoldoende gesteld en bewezen dat de territoriale reikwijdte van de exclusieve verkooprechten wereldwijd is.

Radjesh distribueerde ghee, een vorm van geklaarde boter, die zij inkocht bij Koninklijke VIV Buisman B.V. (hierna: Buisman). Buisman voorzag dit product met toestemming van Raviangelo van het merk OHR PURE FARM GHEE en het OHR-beeldmerk. Voorheen kocht Koas de blikken in bij Radjesh maar vanaf augustus 2012 heeft Koas de blikken ghee rechtstreeks van Buisman betrokken. Koas is onder haar eigen handelsnaam geklaarde boter in blik op de mark gaan brengen, op de wikkels waarvan het teken ‘OHR Farm Ghee’ werd gebruikt. Eiser heeft afbeeldingen van de blikken in het geding gebracht en gedaagde heeft niet bestreden dat dit blikken zijn die gedaagde op de markt heeft gebracht. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een overeenstemmend merk dat zonder toestemming gebruikt wordt voor dezelfde waren. Het ontstaan van verwarringsgevaar bij het relevante publiek is niet door gedaagde weersproken. De rechtbank concludeert dat er sprake is van een inbreuk op het Beneluxwoordmerk OHR PURE FARM GHEE als bedoeld in artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE.

 

Met betrekking tot de opzegging op grond van artikel 6a van de overeenkomst oordeelt de rechtbank als volgt. De partijen zijn geen regeling overeengekomen omtrent de opzegging overeengekomen en een wettelijke regeling ontbreekt ook. Opzegging is onder deze omstandigheden alleen mogelijk als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat en/of dat de opzeggende partij een bepaalde opzegtermijn in acht moet nemen of de opzegging gepaard moet laten gaan met een aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank leveren de omstandigheden van de merkinbreuk en het zonder toestemming annuleren van een bestelling een voldoende zwaarwegende grond op om een samenwerkingsrelatie te beëindigen. De opzegging door eiser houdt stand.

 

De rechtbank schat het IE-deel op 20% en zal hierop artikel 1019h Rv toepassen. De onderhavige zaak kan worden aangemerkt als een ´normale zaak´ in de zin van de landelijk vastgestelde indicatietarieven in IE-zaken. De rechtbank wijst voor het IE-deel van de zaak een bedrag van € 2576,07  (20% van € 12.880,35) als redelijke en evenredige advocaatkosten.

 

IEPT20190731, Rb Den Haag, Raviangelo v Koas

 

(kopie origineel vonnis)