Hoge Raad bekrachtigt arrest hof wat betreft voorbehouden zuivelbenamingen

Print this page 30-08-2019
IEPT20190830, HR, NZO v Alpro

Geen onjuiste rechtsopvatting hof dat het gebruik van voorbehouden zuivelbenaming enkel voor sojaproducten verboden is: hangt af of met gebruik van voorbehouden zuivelbenaming wordt aangegeven, geïmpliceerd of gesuggereerd dat het betrokken product een zuivelproduct is, welk antwoord op zijn beurt afhangt van de omstandigheden van het geval. Klacht NZO dat oordeel hof dat ‘zuivel’ zelf geen voorbehouden benaming is onjuist is, faalt: zuivel is een soortnaam en geen aanduiding voor een specifiek product. Alpro handelt met het gebruik van de benamingen 'mild', 'zacht' en 'romig' op de verpakking niet in strijd met punt III.6.

 

VOORBEHOUDEN ZUIVELBENAMINGEN

 

Cassatie op IEPT20171219, Hof Den Bosch, NZO v Alpro. Zie voor het feitelijk verloop het Boek9-bericht.

 

NZO klaagt in onderdeel 1 van haar middel dat het hof artikel 78 van Verordening 1308/2013 en punt III.5 eerste alinea onjuist heeft uitgelegd dan wel onjuist heeft toegepast. Het HvJEU heeft in haar arrest “Tofu Town”  uitgemaakt dat deze bepalingen dienen te worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de benaming “melk” en uitsluitend aan zuivelproducten voorbehouden benamingen, worden gebruikt – bij de afzet van het product en/of bij reclame voor het product - om een zuiver plantaardig product aan te duiden zelfs als deze benaming wordt verduidelijkt met omschrijvingen die wijzen o p de plantaardige oorsprong van het betrokken product. Anders dan NZO aanvoert verbiedt deze uitleg naar het oordeel van het hof niet dat Alpro de benamingen “melk” yoghurt en room op andere wijzen te gebruiken. Het gebruik is alleen verboden als benaming of als aanduiding van haar sojaproducten.

Deze uitleg van het hof in het bestreden arrest is in overeenstemming met artikel 78 van Verordening 1308/2013 en punt 5 van Deel III van bijlage VII bij deze verordening en de uitleg van het HvJEU “Tofu Town”. Daarbij heeft het hof met zijn overweging dat gebruik van voorbehouden zuivelbenamingen op andere wijze dan als benaming ter aanduiding van het product niet “als zodanig en zonder meer” in strijd is met de bepalingen van Verordening 1308/2013, klaarblijkelijk bedoeld dat dit afhangt van het antwoord op de vraag of met dat gebruik wordt aangegeven, geïmpliceerd of gesuggereerd dat het betrokken product een zuivelproduct is, welk antwoord op zijn beurt afhangt van de omstandigheden van het geval (zie hiervoor in 3.2.7). Er is hierbij geen sprake van een onjuiste uitleg, dan wel een onbegrijpelijke toepassing binnen dit juridisch kader.

Voor zover het onderdeel erover klaagt dat het hof heeft miskend dat met bewoordingen als ‘yoghurtvariatie’, ‘plantaardige variatie op yoghurt’, ‘zuivelvrije variatie op melk’, en ‘yoghurtculturen’ onmiskenbaar sprake is van benamingen ter aanduiding van de desbetreffende sojaproducten, althans dat het andersluidende oordeel van het hof onbegrijpelijk is, faalt het eveneens. Het oordeel dat het niet gaat om gebruik als benaming ter aanduiding van de bedoelde producten als bedoeld in punt III.5, berust op een waardering van de wijze waarop Alpro deze bewoordingen gebruikt, welke waardering aan het hof is voorbehouden. Het oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.

 

In onderdeel 2 betoogt NZO dat het oordeel van het hof in rov. 3.7.8 dat ‘zuivel’ zelf geen voorbehouden benaming is, onjuist, dan wel onvoldoende gemotiveerd is. Uit de punten 1 en 2 van deel III volgt immers dat zuivelproducten zijn vervaardigd uit melk en dat melk een dierlijke oorsprong heeft. De benaming ‘zuivel’ mag dus niet worden gebruikt voor plantaardige producten. Dat zou ook in strijd zijn met de doelstelling van Verordening 1308/2013, aldus het onderdeel. Het onderdeel faalt. ‘Zuivel’ kom niet voor op de lijst van deel II punt 2, tweede alinea omdat het een soortnaam is en geen benaming voor een specifiek product.

 

Ook onderdeel 3, waarin NZO klaagt dat het hof heeft nagelaten typische voor zuivel bestemde aanduidingen te toetsen aan onderdeel III.6, faalt. Het middel mist feitelijke grondslag. Het hof heeft geoordeeld dat door het gebruik van Alpro bewoordingen mild, zacht en romig niet in strijd handelt met punt III.6, ook niet wanneer deze benamingen worden gebruikt in combinatie met het woord yoghurtvariatie.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:HR:2019:1293