Mededelingen in brief van Monster aan afnemers BANG energiedrank onrechtmatig

Print this page 06-09-2019
IEPT20190905, Rb Gelderland, Bang v Monster
(Met dank aan Gregor Vos en Darya Bondarchuk, Brinkhof)

Geen verbod op mededeling dat Bang zich bedient van misleidende reclamepraktijken: mededeling is in het licht van het vonnis niet onjuist. De mededeling dat het Bang verboden is om energiedranken te verkopen met L-Arginine erin, is wel onrechtmatig: oordeel voorzieningenrechter in IEPT20190509 (mei-vonnis) zag op de vermelding van L-Arginine op de verpakking. Mededeling dat voorzieningenrechter Bang heeft verboden om energiedranken te verkopen met Super Creatine is onjuist: hiermee wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat Bang deze dranken in de EU heeft verkocht. Monster verboden om bovenstaande mededelingen te doen met betrekking tot L-Arginine en Super Creatine en Bang: mededelingen zijn onjuist en partijen zitten in een concurrentiestrijd. Geen rectificatie: datum van versturen licht te ver in het verleden. Monster moet opgave doen van (rechts)personen aan wie de brief is verstuurd.

 

PUBLICATIEONRECHTMATIGE DAAD - RECLAMERECHT

 

Geschil betreft een brief die Monster Energy aan afnemers van BANG energiedrank had gestuurd over een eerder gewezen vonnis IEPT20190509 (mei-vonnis). Volgens Bang bevat deze brief tendentieuze mededelingen over dat vonnis die schade zou kunnen doen aan het Amerikaans VPX Sports en haar Nederlandse dochter Bang Energy. Bij de voorzieningenrechter vordert Bang Monster Energy te gebieden zich in alle EU lidstaten te onthouden van misleidende uitingen waarin wordt gesteld of gesuggereerd dat Bang zich zou bedienen van misleidende reclamepraktijken, BANG energy drinks met het ingrediënt L-Arginine niet meer in de EU zouden mogen worden verhandeld, Bang in de EU BANG energy drinks met het ingrediënt Super Creatine zou hebben verhandeld, dat de voorzieningenrechter een verbod zou hebben uitgesproken op het aanbieden van BANG energy drinks met het ingrediënt Super Creatine, een rectificatie aan alle geadresseerden van de brief wordt gestuurd, opgave te doen van alle (rechts)personen aan wie ze de onrechtmatige communicatie hebben gedaan.

 

De voorzieningenrechter acht zich enkel bevoegd voorzieningen te treffen voor Nederland.

 

Het verbod voor Monster te suggereren dat Bang zichzelf zouden bedienen van misleidende reclamepraktijken wordt niet toegekend. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de mededeling in de brief van Monster dat er sprake is van misleidende reclame niet onjuist, aangezien de voorzieningenrechter met betrekking tot het spiermassaverhogende stof L-Arginine in haar vonnis van 9 mei 2019 dat ook als zodanig heeft beslist. Er moet aan Bang worden toegegeven dat de brief op dat punt wel enigszins tendentieus is omdat zij in meer algemene zin heeft vermeld dat Bang zich aan misleidende praktijken schuldig maakt, maar over het geheel genomen moet worden geconstateerd dat niet kan worden gezegd dat Monster Energy onjuiste mededelingen heeft gedaan door deels refererend aan rechtsoverweging 4.8 en 4.10 van het mei-vonnis mede te delen dat Bang zich schuldig heeft gemaakt aan misleidende praktijken.

 

L-Arginine
Het verbod voor Monster om uitlatingen te doen die suggereren dat BANG energiedrank met het ingrediënt L-Arginine erin niet meer in de EU zou mogen worden verhandeld, wordt wel toegekend. Uit het vonnis van mei kan niet worden afgeleid dat energiedrank met daarin het ingrediënt L-Arginine in het geheel niet meer in de EU mag worden verhandeld, terwijl het oordeel van de voorzieningenrechter in het mei-vonnis uitsluitend zag op de vermelding van L-Arginine op de verpakking van de drank.

 

Super Creatine
De mededeling dat BANG Energydrank met Super Creatine in de EU niet mag worden verkocht is niet onjuist en is ook niet in het geschil. Het is echter wel onjuist te vermelden dat de voorzieningenrechter die verkoop bij vonnis heeft verboden. Hiermee wordt ten onrechte de indruk gewekt dat Bang energiedrank met Super Creatine in de EU heeft verkocht en er aanleiding zou bestaan te menen dat zij daarmee zou doorgaan. Hiervoor bestaat geen grondslag in het mei-vonnis.

 

De mededeling dat het door de voorzieningenrechter zou zijn verboden een energiedrank met L-Arginine erin in de EU te verhandelen, is onrechtmatig. Het moet voor Monster Energy duidelijk zijn geweest dat zij met die mededeling verwarring zou zaaien in het verkoopkanaal van Bang. In dit licht is de mededeling dat Bang in strijd met Europese regelgeving energiedranken verkoopt met Super Creatine en dat het door de rechter zou zijn verboden, eveneens onrechtmatig. Gezien de concurrentiestrijd die tussen de partijen gaande is, waarin VPX en Bang bezig zijn marktaandeel te veroveren met hun energiedrank ten opzichte van Monster, bestaat er aanleiding Monster een verbod voor de toekomst op te leggen tot het in Nederland doen van dit soort uitlatingen over BANG energiedrank en diens producten.

 

Voor een rectificatie is de brief te lang geleden gestuurd. De voorzieningenrechter verwacht niet dat een rectificatie nog aan herstel van eventuele schade zal bijdragen. Wel bestaat er volgens de voorzieningenrechter aanleiding Monster te veroordelen een lijst aan Bang te verschaffen van alle (rechts)personen aan wie de brief is gestuurd. Zo kan Bang zelf de onjuiste beweringen in die brief recht zetten.

 

De IEPT-versie volgt

 

(Kopie originele vonnis)