Geen auteursrechtelijke bescherming voor modellen die louter een esthetisch effect teweegbrengen

Print this page 16-09-2019
IEPT20190912, HvJEU, Cofemel v G-Star Raw

Auteursrechtelijke bescherming kan niet worden verleend aan modellen louter omdat zij, afgezien van het utilitaire doel dat zij nastreven, een specifiek esthetisch effect teweegbrengen:  om voor deze bescherming in aanmerking te komen moeten die modellen de uitdrukking vormen van oorspronkelijke werken.

 

AUTEURSRECHT - MODELRECHT

 

Uit het perscommuniqué: “Bij de Supremo Tribunal de Justiça (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Portugal) is een geding aanhangig tussen de vennootschappen Cofemel – Sociedade de Vestuário, SA (hierna: „Cofemel”) en G-Star Raw CV (hierna: „G-Star”), die beide actief zijn op het gebied van het ontwerp, de productie en het in de handel brengen van kledingstukken. Dit geding betreft de eerbiediging van door G-Star geclaimde auteursrechten. G-star beschuldigt Cofemel ervan jeans, sweatshirts en T-shirts te produceren en te verkopen die namaak vormen van sommige van haar eigen modellen.

 

De door het Unierecht verzekerde bescherming van de intellectuele eigendom komt onder meer toe aan werken, ten aanzien waarvan aan de auteurs krachtens de richtlijn inzake het auteursrecht het exclusieve recht wordt gewaarborgd om de reproductie, de mededeling aan het publiek en de distributie toe te staan of te verbieden. Parallel daaraan verlenen andere handelingen van afgeleid Unierecht een specifieke bescherming aan modellen.
In deze context merkt de Supremo Tribunal de Justiça op dat de Código do Direitos de Autor e dos Direitos Conexos (Portugees wetboek van het auteursrecht en de naburige rechten) tekeningen en modellen opneemt in de lijst van werken die auteursrechtelijk kunnen worden beschermd, maar niet expliciet aangeeft welke voorwaarden moeten zijn vervuld opdat bepaalde voorwerpen met een utilitair doel daadwerkelijk die bescherming genieten. Daar over deze vraag in de Portugese rechtspraak en doctrine geen consensus bestaat, vraagt de Supremo Tribunal de Justiça het Hof van Justitie in wezen of de richtlijn inzake het auteursrecht eraan in de weg staat dat een nationale wettelijke regeling deze bescherming verleent wanneer is voldaan aan de specifieke voorwaarde dat modellen, afgezien van het utilitaire doel dat zij nastreven, een specifiek esthetisch effect teweegbrengen.
In zijn arrest beantwoordt het Hof deze vraag bevestigend.

 

In dit verband brengt het Hof om te beginnen zijn vaste rechtspraak in herinnering volgens welke elk oorspronkelijk voorwerp dat de uitdrukking van een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan vormt, kan worden aangemerkt als „werk” in de zin van de richtlijn inzake het auteursrecht. Vervolgens merkt het Hof op dat een samenstel van handelingen van afgeleid Unierecht een specifieke bescherming voor modellen heeft vastgelegd, waarin tevens is bepaald dat deze specifieke bescherming kan samengaan met de door de richtlijn inzake het auteursrecht gewaarborgde algemene bescherming. Bijgevolg kan een model in een gegeven geval worden aangemerkt als „werk”

 

Niettemin beklemtoont het Hof dat de bescherming van modellen, enerzijds, en de auteursrechtelijke bescherming, anderzijds, verschillende doelstellingen nastreven en aan afzonderlijke regelingen zijn onderworpen. De eerste beoogt immers voorwerpen te beschermen die niet alleen nieuw en geïndividualiseerd zijn, maar daarnaast ook een utilitair karakter hebben en bedoeld zijn om op grote schaal te worden geproduceerd. 
De bescherming van het auteursrecht, waarvan de duur aanzienlijk langer is, is daarentegen voorbehouden aan voorwerpen die het verdienen om als werk te worden gekwalificeerd. In dit verband mag de verlening van auteursrechtelijke bescherming aan een reeds als model beschermd voorwerp geen afbreuk doen aan het doel en de doeltreffendheid van deze twee stelsels, wat de reden is dat de cumulatieve verlening van een dergelijke bescherming slechts in bepaalde situaties kan worden overwogen. […]”

 

IEPT20190912, HvJEU, Cofemel v G-Star Raw

 

Lees het perscommuniqué hier.

 

C-683/17 - ECLI:EU:C:2019:363