€ 201.046,63 voor inbreuk kwekersrechten

Print this page 14-11-2019
IEPT20191029, Hof Den Haag, Amaryllis
(Met dank aan Tjeerd Overdijk, Vondst advocaten)

[X B.V.] ontvankelijk in beroep tegen [Y CV]: voortzetting van [Y VOF] met behoud van identiteit. Niet bewezen dat [naam 3] licentiegelden heeft betaald voor de teelt- en verkoopactiviteiten van [Y]. Inbreuk op kwekersrechten [X B.V.]: [Y] heeft door [naam 1] aangevangen teelt van bollen van de beschermde rassen afgemaakt en uit die teelt afkomstige leverbare bollen verkocht. Winstafdracht bollen: € 122.100,23 (88.175 bollen x € 1,6789 aan omzet minus kosten van € 25.933,82). Winstafdracht plantgoed: € 74.042,82 (750m2 x 80 bollen x € 1,6789 aan omzet minus kosten van € 21.176,47). Schade als gevolg van gebruik van onjuiste rasbenaming van € 4.903,58 (2,5% van vastgestelde winst) toegewezen: aangenomen dat effect van onjuiste rasbenaming relatief gering is geweest, nu afnemers in algemeen in staat zijn ras van bollen vast te stellen, zelfs als bollen onder andere naam worden geleverd. 1019h Rv proceskostenveroordeling van € 131.422,96 in eerste aanleg en € 130.498,50 in hoger beroep toegewezen: indicatietarieven in casu geen goede indicatie van redelijkheid en evenredigheid, gelet op uitzonderlijk veel bewijsverrichtingen die nodig zijn geweest om onjuiste, maar stellig verdedigde standpunt [Y] dat bollen beschermde rassen heeft versnipperd te weerleggen. Aanvullende vergoeding van 50% aan succes fee niet redelijk en evenredig.

 

PROCESRECHTKWEKERSRECHT

 

Vervolg op het tussenarrest van 13 februari 2018 (IEPT20180213). Voor de feiten wordt verwezen naar het bericht bij deze zaak.

 

Het hof oordeelt dat [X B.V.] ontvankelijk in haar beroep tegen [Y CV] is, aangezien dat een voortzetting van [Y VOF] is met behoud van identiteit. [Y VOF] en [Y CV] worden door het hof daarom als één partij beschouwd, aangeduid met de naam [Y]. Vervolgens wordt geoordeeld dat [Y] inbreuk heeft gemaakt op de kwekersrechten van [X B.V]. Het voorshandse vermoeden van inbreuk uit het tussenarrest is niet ontzenuwd. [Y] wordt veroordeeld om de winst af te dragen aan [X B.V.]. De met de bollen gemaakte winst wordt vastgesteld op € 122.100,23, de met het plantgoed gemaakte winst op € 74.042,82. [Y] moet ook een schadevergoeding van € 4.903,58 betalen voor het gebruik van een onjuiste rasbenaming.

 

[Y] wordt veroordeeld in de 1019h Rv proceskosten van eerste aanleg en het hoger beroep. De indicatietarieven bieden in deze zaak geen goede indicatie van de redelijkheid en evenredigheid van de kosten, gelet op dat er uitzonderlijk veel bewijsverrichtingen nodig zijn geweest om het onjuiste, maar stellig verdedigde standpunt van [Y] dat hij de bollen van de beschermde rassen heeft versnipperd te weerleggen. Een aanvullende vergoeding van 50% aan succes fee is echter niet redelijk en evenredig.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:GHDHA:2019:2803