HvJEU: ontoereikende motivatie betreft een procedurefout die kan leiden tot herroeping beslissing Kamer van Beroep EUIPO

Print this page 08-11-2019
IEPT20191031, HvJEU, Repower v EUIPO

Rekwirante voldoende belang bij Hogere Voorziening: vernietiging litigieuze herroepingsbeslissing in voordeel van rekwirante. Onjuiste rechtsopvatting Gerecht om herroepingsbeslissing te stoelen op het algemene rechtsbeginsel dat de intrekking van onrechtmatige bestuurshandelingen toestaat in plaats van artikel 80 lid 1 verordening 207/200 kan niet tot vernietiging arrest leiden: dictum van het bestreden arrest is namelijk op andere gronden gerechtvaardigd.

 

MERKENRECHT - PROCESRECHT

 

In deze zaak gaat het om herroeping van een beslissing van de vijfde kamer van beroep van EUIPO. In deze beslissing had de kamer van beroep, het beroep tegen een gedeeltelijke nietigverklaring van de inschrijving van het woordmerk REPOWER afgewezen. De vijfde kamer vond dat de beslissing ontoereikend was gemotiveerd. Er was echter al beroep ingesteld tegen de -nu- herroepen beslissing en dat is volgens rekwirante in strijd met rechtspraak van de grote kamer van beroep. Ook speelt hierbij dat de herroepen beslissing gedeeltelijk positief was voor rekwirante. Rekwirante heeft bij het Gerecht beroep tegen de herroepingsbeslissing ingesteld, maar het Gerecht heeft dit beroep verworpen. Zij is het met rekwirante eens dat de kamer van beroep de herroeping niet op artikel 80 lid 1 van de Gemeenschapsmerkenverordening had kunnen baseren, omdat een motiveringsgebrek geen kennelijke procedurefout in de zin van de bepaling vormt. Naar het oordeel van het Gerecht kan de herroepingsbeslissing worden gebaseerd op het algemene rechtsbeginsel dat de intrekking toestaat van onrechtmatige bestuurshandelingen. Het gerecht heeft er op gewezen dat een dergelijke vergissing van het EUIPO slechts tot vernietiging van de herroepingsbeslissing leidt wanneer zij gevolgen kan hebben voor de inhoud daarvan. In het onderhavige geval leidt de vergissing niet tot de vernietiging van de herroepingsbeslissing. Het Gerecht verwerpt het beroep.

Repower verzoekt met haar hogere voorziening het Hof het bestreden arrest van het Gerecht en de herroepingsbeslissing van de vijfde kamer te vernietigen.

 

Allereerst wordt er geoordeeld dat rekwirante nog steeds een belang bij de vernietiging van de litigieuze beslissing heeft, omdat bij de herroepingsbeslissing de beslissing van 8 februari 2016 in haar geheel is herroepen terwijl deze beslissing voor Repower gedeeltelijk gunstig was.
Volgens rekwirante is het Gerecht voorbijgegaan aan het beginsel van lex specialis derogat legi generali omdat artikel 80 lid 1 Gemeenschapsmerkenverordening het als uitzonderingsregel en lex specialis niet toe laat om een beroep te doen op het algemene rechtsbeginsel dat de intrekking van onrechtmatige bestuurshandelingen toestaat. Het EUIPO kan zijn beslissingen immers alleen herroepen in de in die bepaling bedoelde situatie, anders zou deze bepaling geen zin hebben.

 

Volgens het Hof blijkt uit artikel 80 lid 1 dat het EUIPO toeziet op de herroeping van elke beslissing waarbij het een kennelijke procedurefout heeft gemaakt. Uit de bewoordingen van deze bepaling blijkt dat een kennelijke procedurefout in de zin van deze bepaling een flagrante fout van procedurele aard is die door EUIPO is begaan. Uit de opzet van de verordening blijkt dat de procedurefouten als gevolg waarvan het EUIPO overgaat tot herroeping van zijn beslissing krachtens dit artikel 80 lid 1, met name betrekking hebben op de procedureregels die onder titel IX van verordening 207/2009 zijn vermeld, zoals de motiveringsplicht. Uit vaste rechtspraak blijkt bovendien dat de motiveringsplicht een wezenlijk vormschrift is dat moet worden onderscheiden van de vraag naar de gegrondheid van de motivering, die de inhoudelijke rechtmatigheid van de omstreden handeling betreft. Elke niet-nakoming van de motiveringsplicht is een procedurefout in de zin van die bepaling. Het Hof is het met rekwirante eens dat het Gerecht voorbij is gegaan aan het beginsel lex specialis derogat legi generali door het algemene rechtsbeginsel toe te passen in plaats van artikel 80 lid 1. Deze onjuistheid van het Gerecht kan echter niet tot vernietiging van het arrest leiden wanneer het dictum op andere rechtsgronden gerechtvaardigd is. Dat is hier het geval. De onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht kan niet tot vernietiging van het bestreden arrest leiden.

 

IEPT20191031, HvJEU, Repower v EUPIO

 

C‑281/18 P - ECLI:EU:C:2019:916