Kantonrechter acht door de Persgroep betaalde vergoeding aan freelance fotograaf niet billijk

Print this page 05-11-2019
IEPT20191101, Rb Amsterdam, De Persgroep

Vergoeding van € 42 niet billijk voor de overdracht van de exploitatiebevoegdheid van één foto: vergoeding van € 65 billijk geacht.

 

AUTEURSRECHT

 

Eiser is fotograaf. In de maand april 2018 leverde eiser bij De Persgroep in totaal 13 foto’s aan. Voor deze foto’s kreeg hij betaald op basis van een tarief per foto van € 42. De foto’s werden alle geplaatst in het Brabants Dagblad. Eiser stelt dat de betaalde vergoeding van € 42 per foto niet billijk is. Aan partijen werd bij tussenvonnis (IEPT20190517) opgedragen alle hen ter beschikking staande relevante gegevens in geding te brengen. Op basis van die gegevens oordeelt de kantonrechter nu dat de vergoeding niet billijk is.

 

Daarbij komt volgens de kantonrechter met name gewicht toe aan de genoemde regionale tarieven van de Persgroep, de Limburger en - in het verleden - het Brabants dagblad. De landelijke tarieven leggen minder gewicht in de schaal, nu voldoende duidelijk is gemaakt dat de exploitatiewaarde van een bijdrage aan landelijke dagbladen veel hoger is dan van een bijdrage aan een regionale krant. Ook het door de Minister van Sociale zaken beoogde minimumtarief voor ZZP’ers heeft beperkte waarde, nu het een ondergrens betreft en niet ter discussie staat dat eiser een ervaren fotograaf is, zo stelt de kantonrechter. Ook is de marktpositie van De Persgroep van belang: er zijn (nog) slechts enkele grote spelers op de markt, zodat de onderhandelingspositie van een individuele journalist niet sterk is. Daarnaast erkent De Persgroep dat haar exploitatie van regionale dagbladen - hoewel beperkt - rendement oplevert. Tenslotte is van belang dat eiser het exploitatierecht onbeperkt heeft overgedragen aan De Persgroep. Daar staat echter tegenover dat dit slechts gedurende 7 dagen exclusief is en dat niet gebleken is dat herplaatsing van een foto vaak plaatsvindt.

 

Meer in het algemeen is volgens de kantonrechter het volgende van belang. De tussen De Persgroep en de fotograaf gemaakte tariefafspraken leiden ertoe dat voor (vrijwel) dezelfde werkzaamheden verschillende beloningen mogelijk zijn. Als eiser immers een opdracht uitvoert die leidt tot plaatsing van één foto, ontvangt hij € 42 terwijl plaatsing van respectievelijk twee of drie foto’s uit diezelfde opdracht een beloning van € 63 respectievelijk € 84 oplevert. Vanuit auteursrechtelijk perspectief klopt dat, maar het wringt (in ieder geval) als slechts één foto wordt afgenomen, omdat in dat geval de beloning in verhouding tot de te leveren inspanning laag is, zo oordeelt de kantonrechter. Eiser zelf zal maar beperkt invloed hebben op het aantal foto’s dat De Persgroep daadwerkelijk gebruikt, terwijl dat wel bepalend is voor de vergoeding- en dus ook voor de billijkheid daarvan.

 

Op grond van het bovenstaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat een vergoeding € 65 per foto billijk is. De uitspraak werd met gejuich ontvangen door de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

 

IEPT20191101, Rb Amsterdam, De Persgroep

 

ECLI:NL:RBAMS:2019:8099