Kantonrechter acht door de Persgroep betaalde vergoeding aan freelance journalist niet billijk

Print this page 05-11-2019
IEPT20191101, Rb Amsterdam, De Persgroep II

Vergoeding van € 500 voor overdracht exploitatiebevoegdheid 9 artikelen niet billijk: € 800 toegewezen op basis van € 0,21 i.p.v. € 0,13 per woord.

 

AUTEURSRECHT

 

Eiseres is freelance journaliste. In de periode 3 november 2017 tot en met 19 december 2017 leverde ze bij De Persgroep in totaal 9 artikelen aan. Voor deze artikelen kreeg zij betaald op basis van een tarief per woord. De artikelen werden alle geplaatst in Tubantia. Eiseres stelt dat de betaalde vergoeding van € 0,13 per woord niet billijk is. Aan partijen werd bij tussenvonnis (IEPT20190517) opgedragen alle hen ter beschikking staande relevante gegevens in geding te brengen. Op basis van die gegevens oordeelt de kantonrechter nu dat de vergoeding niet billijk is.

 

Daarbij komt volgens de kantonrechter met name gewicht toe aan de genoemde regionale tarieven van de Persgroep en - in het verleden - Dagblad Tubantia. De landelijke tarieven leggen minder gewicht in de schaal, nu voldoende duidelijk is gemaakt dat de exploitatiewaarde van een bijdrage aan landelijke dagbladen veel hoger is dan van een bijdrage aan een regionale krant. De artikelen van eiseres zijn alle geplaatst in een regionale krant. Ook het door de Minister van Sociale zaken beoogde minimumtarief  voor ZZP’ers heeft beperkte waarde, nu het een ondergrens betreft en niet ter discussie staat dat eiseres een ervaren journalist is, zo stelt de kantonrechter. Ook is de marktpositie van De Persgroep van belang: er zijn (nog) slechts enkele grote spelers op de markt, zodat de onderhandelingspositie van een individuele journalist niet sterk is. Dat klemt temeer nu De Persgroep verschillende tarieven per woord hanteert, zonder voldoende objectieve maatstaven om het toepasselijke tarief te bepalen.

 

Op grond van het bovenstaande komt de kantonrechter op basis van een vergoeding van € 0,21 in plaats van € 0,13 tot het oordeel dat een vergoeding van in totaal € 800 billijk is. Dat betekent dat aanvullend € 302,62 voldaan moet worden. De uitspraak werd met gejuich ontvangen door de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

 

IEPT20191101, Rb Amsterdam, De Persgroep II

 

ECLI:NL:RBAMS:2019:8119