Appelgrens gehaald in procedure over schadevergoeding van € 855 voor gebruik foto: gevorderde kosten ter voldoening buiten rechte tellen mee

Print this page 27-11-2019
IEPT20191112, Hof Amsterdam, Rodi Media

Appelgrens van € 1.750 gehaald in procedure over schadevergoeding van € 855,45 wegens gestelde inbreuk op auteursrecht foto: ex artikel 1019h Rv gevorderde kosten ter voldoening buiten rechte dienen bij berekening beloop vordering ter bepaling van de appellabiliteit te worden betrokken.

 

PROCESRECHT

 

Zie eerder (IEPT20190315) waarin een schadevergoeding wed gevorderd voor het gebruik van een met een telefoon gemaakte foto bij een musical. De maakster van de foto vorderde ruim € 800 schadevergoeding, en kreeg ongeveer de helft. De proceskosten - aan de kant van eiseres begroot op ruim € 12.000 - werden gecompenseerd, waarbij de kantonrechter aanmerkte dat deze kosten niet evenredig zijn.

 

De maakster van de foto heeft hoger beroep ingesteld. De onderhavige uitspraak betreft een door Rodi Media opgeworpen incident  waarin zij vordert dat het hof appelante in het hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren omdat de wettelijke appelgrens ex artikel 332 Rv niet is gehaald. Dit omdat de vordering van appellante een bedrag van € 855,45 beliep, hetgeen lager is dan het in artikel 332 lid 1 Rv genoemde bedrag van € 1.750.

 

Het hof overweegt dat het uitgangspunt bij de bepaling van de appellabiliteit is dat de proceskosten in de zin van de artikel 237 e.v. Rv buiten beschouwing blijven. De proceskostenvergoeding als bedoeld in artikel 1019h Rv omvat echter niet alleen de kosten ter instructie van de zaak en ter voorbereiding van de gedingstukken, maar ook kosten die (vóór de implementatie van Handhavingsrichtlijn) krachtens artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen.

 

Aan de hand van de in eerste aanleg overgelegde urenstaat stelt het hof vast dat de gevorderde proceskostenvergoeding niet enkel ziet op werkzaamheden ter voorbereiding en instructie van de zaak als bedoeld in artikel 237 Rv. Daarom dienen in dit geval de kosten ter voldoening buiten rechte, die volgens appellante € 1.553,10 bedragen, bij de berekening van het beloop van de vordering ter bepaling van de appellabiliteit te worden betrokken. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de kantonrechter had te beslissen over een vordering van meer dan € 1.750. Dit betekent dat het financieel belang van het hoger beroep hoog genoeg is, zodat appellante in haar hoger beroep kan worden ontvangen.

 

IEPT20191112, Hof Amsterdam, Rodi Media

 

ECLI:NL:GHAMS:2019:4093