Benelux gerechtshof verklaart oppositie KARSTADT tegen depot CASTART ongegrond

Print this page 27-01-2020
IEPT20200123, BenGH, Les Castarts v KS Warenhaus

Oppositie tegen depot woord/beeldmerk CASTART op grond van Uniewoordmerk KARSTADT ongegrond: zeer beperkte mate van visuele overeenstemming, auditieve overeenstemming voor groot deel publiek afwezig door fonetische uitspraak als ‘kas-taar’ versus ‘kar-stat’ en voor overige deel publiek beperkt, begripsmatige overeenstemming niet aan de orde, hoge mate van soortgelijkheid tussen de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven en de waren en diensten waarvoor het teken is gedeponeerd, algemene indruk merk en teken ondanks beperkte overeenkomsten zo verschillend dat geen gevaar van (reëel) direct of indirect verwarringsgevaar kan worden aangenomen.

 

MERKENRECHT

 

Les Castarts heeft een Beneluxdepot verricht van het afgebeelde woord/beeldmerk CASTART voor waren en diensten in de klassen 18, 25 en 35. GDS heeft oppositie ingesteld tegen de inschrijving van dit depot, gebaseerd op twee Uniewoordmerken KARSTADT, ingediend voor waren en diensten voor dezelfde klassen. Het Bureau heeft de oppositie toegewezen. Het Benelux gerechtshof vernietigt deze beslissing en verklaart de oppositie ongegrond.

 

Naar het oordeel van het Benelux gerechtshof is slechts sprake van een zeer beperkte mate van visuele overeenstemming. De auditieve overeenstemming is voor een groot deel van het publiek afwezig nu CASTART in elk geval voor het overgrote deel van het publiek in België en Luxemburg (dat in het algemeen de Franse taal goed machtig is), maar ook het aanzienlijke deel van het Nederlandse publiek dat kennis heeft van de Franse taal, zal worden gepercipieerd als een Frans woord dat zij zullen uitspreken als (fonetisch) kas-taar. Voor deze mensen ontbreekt de auditieve overeenstemming met KARSTADT, dat zal worden uitgesproken als kar-stat, zo overweegt het gerechtshof. Voor het beperkte deel van het Nederlandse publiek dat het teken zal uitspreken als (fonetisch) kas-tart, is naar het oordeel van het gerechtshof sprake van een zeer beperkte auditieve overeenstemming. Begripsmatige overeenstemming is niet aan de orde.

 

Volgens het Benelux gerechtshof is weliswaar sprake van een hoge mate van soortgelijkheid tussen de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven en de waren en diensten waarvoor het teken is gedeponeerd, maar is de algemene indruk die merk en teken maken ondanks de beperkte overeenkomsten zo verschillend dat geen gevaar van (reëel) direct of indirect verwarringsgevaar kan worden aangenomen. Het merk dient derhalve ingeschreven te worden. 

 

IEPT20200123, BenGH, Les Castarts v KS Warenhaus

 

(kopie originele arrest)