Strongviking maakt inbreuk op merken Viking

Print this page 24-02-2020
IEPT20200221, Rb Den Haag, Viking v Strongviking
(Met dank aan Nils Winthagen, WinthagenMensink)

Strongviking-tekens maken inbreuk op Viking-merken ex artikel 9 lid 2 sub b UMVo en artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE: Viking-merken hebben van huis uit een normaal onderscheidend vermogen viking niet beschrijvend is voor schaatsen, schaatskleding en accessoires, merken hebben sterke onderscheidende kracht verkregen door gebruik, relevante publiek is breder georiënteerd dan alleen op specifieke schaatsartikelen, waren Stongviking (sportkleding en -accessoires) in hoge mate soortgelijk aan schaatsen, schaatskleding en accessoires, visuele overeenstemming gelegen in het woord ‘viking’, aanzienlijke mate van auditieve overeenstemming, grote mate van begripsmatige overeenstemming, hierdoor ontstaat verwarringsgevaar.

 

MERKENRECHT

 

Het Nederlandse Viking houdt zich bezig met de productie en verkoop van schaatsen en aanverwante artikelen. Strongviking c.s. houdt zich bezig met het organiseren van obstacle runs. Zij biedt ook merchandise-artikelen zoals t-shirts aan. Viking stelt dat Strongviking door het aanbieden en verkopen van deze artikelen inbreuk maakt op haar merken als bedoeld in artikel 9 lid 2 sub b en c UMVo en artikel 2.20 lid 2 sub b en c BVIE.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat er inderdaad sprake is van verwarringsgevaar ex artikel 9 lid 2 sub b UMVo en 2.20 lid 2 sub b BVIE. Viking is volgens de voorzieningenrechter niet beschrijvend voor schaatsen, schaatskleding en accessoires. Voor zover al een verband zou kunnen worden gelegd tussen vikingen en schaatsen en schaatskleding, is dit zo ver verwijderd dat niet gezegd kan worden dat het woord 'viking' kan dienen als een aanduiding van kenmerken of eigenschappen van die waren. De Viking-merken hebben bovendien sterke onderscheidende kracht verkregen door gebruik.

 

Het relevante publiek is naar het oordeel van de voorzieningenrechter breder georiënteerd dan alleen op specifieke schaatsartikelen en zal in het algemeen ook geïnteresseerd zijn in andere sportkleding. De waren waarvoor Strongviking haar tekens gebruikt (sportkleding en -accessoires) zijn volgens de voorzieningenrechter in hoge mate soortgelijk aan de waren waarvoor Viking haar merken heeft ingeschreven (schaatsen, schaatskleding en accessoires).  

 

Door de visuele overeenstemming gelegen in het woord ‘viking’, de aanzienlijke mate van auditieve overeenstemming en de grote mate van begripsmatige overeenstemming, stemmen merk en teken volgens de voorzieningenrechter in aanzienlijke mate overeen. Gelet op deze aanzienlijke mate van overeenstemming, de sterke mate van soortgelijkheid van de waren en de sterke onderscheidende kracht van de Viking-merken, wordt geconcludeerd dat sprake is van verwarringsgevaar.

 

IEPT20200221, Rb Den Haag, Viking v Strongviking

 

ECLI:NL:RBDHA:2020:1684