GALLUP normaal gebruikt voor marktonderzoek 

Print this page 20-03-2020
IEPT20200311, Rb Den Haag, Gallup
(Met dank aan ​Josine van den Berg, ​Mount Law)

Benelux woordmerken GALLUP van Gallup Group niet vervallen wegens niet normaal gebruik, artikel 2.27 lid 2 BVIE jo 2.23bis lid 1 BVIE: nog steeds mogelijk dat merkgebruik voor de liquidatie van de Belgische vennootschap  doch tijdens relevante periode, heeft plaatsgevonden, de aard van de waren diensten en de eigenschappen van het publiek, brengen mee dat ondanks enkel de Engelse taal gehanteerd wordt, er sprake is van normaal gebruik in de Benelux, het ondervragen van de werknemers waarbij wordt gevraagd naar hun opvattingen over de betreffende onderneming en hun werk, valt onder opinie-onderzoek en daarmee normaal merkgebruik, merk gebruikt voor onderzoek dat is gericht op Nederland, merk gebruikt voor commerciële exploitatie. Het gebruikt van het merk voor opiniepeilingen is ook van belang voor de vraag of sprake is van normaal gebruik voor marktonderzoek: een houder van een merk mag niet elke bescherming worden ontzegd voor diensten die niet strikt gelijk zijn aan die waarvoor normaal gebruik is bewezen, maar daarvan niet wezenlijk verschillen.

 

MERKENRECHT

 

GIA is opgericht door George Gallup, de Amerikaanse uitvinder van de Gallup-poll, een statistische methode om opinies te peilen. GIA heeft leden wereldwijd. De leden zijn bedrijven die zich bezighouden met markt-en opinie onderzoek. De Gallup groep (o.a. Gallup GmbH en Gallup Inc.) is de rechtsvoorganger van Gallup Inc. De Gallup-groep is een wereldwijd opererend bedrijf dat zich toelegt op (markt-)onderzoek en advisering. 
Gallup GmbH is houder van het Benelux woordmerk uit 1971 voor waren in klasse 16 (drukweken en geschriften en rapporten op het gebied van onderzoek). Dit wordt het merk 1971 genoemd. Gallup GmbH is tevens houder van het Benelux woordmerk uit 1990 voor de diensten in klasse 35 (markt- en opinieonderzoek). Hierna het merk 1990. Dit merk is in licentie gegeven aan The Gallup Organisation te Brussel. 
GIA vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat de merken zijn komen te vervallen wegens niet normaal gebruik, artikel 2.27 lid 2 BVIE jo. 2.23bis lid 1 BVIE. De periode die beoordeeld dient te worden loopt van 4 januari 2013 tot aan de datum van de dagvaarding van 4 januari 2018. GIA voert onder andere aan dat de website Gallup.de uitsluitend toegankelijk is in de Engelse en Duitse taal, terwijl het .com domein enkel toegankelijk is in de Engelse taal. Geen van de courses die op de website worden genoemd, worden in de Benelux gegeven. De vennootschap naar Belgisch recht, The Gallup Organisation is per 2015 opgehouden te bestaan en gedaagden hebben niet gereageerd op een schrijven van GIA, waarin staat dat gedaagden wegens niet-normaal gebruik, geen aanspraak meer kunnen maken op de merken. Verder zijn volgens GIA de merken niet gebruikt voor de waren en diensten waarvoor ze zijn ingeschreven.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van normaal gebruik en wijst de vorderingen van GIA af. De relevante activiteiten rondom de waren en diensten waarvoor de merken in de Benelux zijn ingeschreven, kunnen worden verricht zonder dat daar een fysieke vestiging of vertegenwoordiging aanwezig is. De aard van de waren en diensten en de eigenschappen van het publiek waarvoor de diensten worden verricht brengen mee dat Engels de taal is die het meest gehanteerd wordt. Daaruit kan dus niet geconcludeerd worden dat er geen sprake is van merkgebruik in de Benelux. Het ondervragen van werknemers waarbij wordt gevraagd naar hun opvattingen over een bepaalde onderneming, is geen analyse of advies zoals GIA meent, maar moet worden beschouwd als een opinieonderzoek.

GIA heeft nog aangevoerd dat het naar voren gebrachte gebruik ziet op het normaal gebruik van de merken voor drukwerken en opinieonderzoek en niet ziet op normaal gebruik voor marktonderzoek, volgens GIA die het verschil tussenopinieonderzoek en marktonderzoek via het Van Dale woordenboek uitlegt. Met gedaagden zoekt de rechtbank echter aansluiting bij de Nice-classificatie. Daarin komt de term “uitvoeren van marktonderzoeken door middel van opiniepeilingen” voor. Hieruit blijkt dat opinieonderzoek niet gezien wordt als een afgebakende subcategorie van marktonderzoek die zelfstandig kan worden bekeken, maar dat opinieonderzoek en marktonderzoek elkaar deels overlappende diensten zijn. Het gebruik voor opiniepeilingen is dus ook van belang voor de vraag of sprake is van normaal gebruik voor marktonderzoek, omdat de houder van een merk elke bescherming wordt ontzegd voor waren of diensten die weliswaar niet strikt gelijk zijn aan dewelke waarvoor normaal gebruik is bewezen, maar daarvan niet wezenlijk verschillen en behoren tot dezelfde groep die alleen op willekeurige wijze kan worden onderverdeeld.

IEPT20200311, Rb Den Haag, Gallup

(Kopie originele vonnis)