Door Rhinocamera verkochte Nikon-camera’s en - accessoires niet uitgeput

06-04-2020 Print this page
IEPT20200311, Rb Den Haag, Nikon v Primary Holdings

Rechtbank komt niet terug op bindende eindbeslissing dat zij bevoegd is: toestemming verleend voor tussentijds appel van het vonnis in het bevoegdheidsincident en appel is ingesteld door PHL, daargelaten of dan verzoek PHL om terug te komen op eindbeslissing in strijd is met gesloten stelsel van rechtsmiddelen is niet gebleken dat beslissing op onjuiste juridische of feitelijke grondslag berust. Vordering om provisioneel verbod niet alleen voor duur van de bodemprocedure, maar ook voor een eventueel hoger beroep toe te wijzen wordt afgewezen. Testaankopen van door Primary Holdings in Nederland verkochte camera’s niet uitgeput: gelet op serienummers voor het eerst in Japan respectievelijk China op de markt gebracht, aankoop via eBay betekent niet zonder meer dat Nikon toestemming voor verhandeling in EER heeft gegeven, niet aannemelijk dat op haar Europese website voortdurend aangeboden producten met toestemming van Nikon in EER zijn gebracht. Ook als wel sprake zou zijn van uitputting kan Nikon zich op grond van artikel 15(2) UMeV verzetten tegen verdere verhandeling: testaankopen in zodanig gebrekkige wijze geleverd dat toestand van de waren, nadat zij in handel zijn gebracht, zijn gewijzigd en verslechterd.

 

PROCESRECHTMERKENRECHT

 

Provisionele voorziening. Primary Holdings (hierna: PHL) is een in Gibraltar gevestigde vennootschap die meerdere domeinnamen onder haar beheer heeft, met verschillende extensies waarvan het teken “Rhinocamera” onderdeel is. Onder deze domeinnaam is zij actief in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Polen en Italië en worden camera’s en daaraan gerelateerde producten van onder andere het merk Nikon verkocht. Volgens Nikon maakt PHL daarmee inbreuk op haar merkrechten. Het onderhavige vonnis is voorafgegaan door een bevoegheidsincident, waarin de rechtbank zich bevoegd heeft verklaard. De rechtbank heeft tussentijds appel van het vonnis in het bevoegdheidsincident opengesteld en PHL heeft hiervan gebruik gemaakt.

 

De rechtbank komt niet terug op de bindende eindbeslissing dat zij bevoegd is. Hierbij wordt overwogen dat toestemming is verleend voor tussentijds appel van het vonnis in het bevoegdheidsincident en dat er appel is ingesteld door PHL. Daargelaten of dan het verzoek van PHL in strijd is met het gesloten stelsel van alle rechtsmiddelen is niet gebleken dat de beslissing op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag berust.

 

Nikon heeft een viertal testaankopen gedaan, waarvan PHL stelt dat sprake is van uitputting. De rechtbank oordeelt dat de met de testaankopen aangekochte producten niet zijn uitgeput. Gelet op de serienummers die op de producten zijn aangebracht zijn de testaankopen voor het eerst in Japan respectievelijk China op de markt gebracht. Daarnaast wordt overwogen dat een aankoop via eBay niet zonder meer betekent dat Nikon (impliciet)toestemming voor de verhandeling in de EER heeft gegeven. Ook is niet aannemelijk dat de door PHL op de Europese websites aangeboden producten met toestemming van Nikon in de EER zijn gebracht.

 

Ten slotte wordt overwogen dat als geen sprake zou zijn van uitputting Nikon zich op grond van artikel 15(2) UMeV kan verzetten tegen verdere verhandeling van de producten. De testaankopen zijn in zodanig gebrekkige wijze geleverd dat de toestand van de waren, nadat zij in de handel zijn gebracht, zijn gewijzigd en verslechterd. De vordering om het provisioneel verbod niet alleen voor duur van de bodemprocedure, maar ook voor een eventueel hoger beroep toe te wijzen wordt afgewezen.

 

IEPT20200311, Rb Den Haag, Nikon v Primary Holdings

 

ECLI:NL:RBDHA:2020:2161