Slaafse nabootsing van hulpmiddelen van Johnson & Johnson voor wondhechting bij chirurgische ingrepen

23-04-2020 Print this page
IEPT20200422, Rb Rotterdam, Johnson & Johnson v Fengh
(Met dank aan Rogier de Vrey, CMS)

Fengh maakt zich schuldig aan slaafse nabootsing van hulpmiddelen van Johnson & Johnson voor wondhechting bij chirurgische ingrepen: vrijwel identiek nabootsen en eigen gezicht op de markt niet betwist, omstandigheid dat bij medische hulpmiddelen het relevante publiek bestaat uit hoog opgeleide, gespecialiseerde medici en deskundige inkoopteams neemt gevaar voor verwarring niet weg gelet op onder meer de vrijwel volkomen gelijkenis, de inzet van voormalig werknemers van Johnson & Johnson en het overnemen van de gebruikshandleidingen. Cartrigdes voor een nietapparaat voor het aanbrengen van hechtingen niet slaafs nagebootst: niet betwist dat afwijking qua vorm en kleurstelling gelet op standaardisering niet mogelijk is zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid af te doen. Fengh heeft gehandeld in strijd met de wetgeving over medische hulpmiddelen en daarmee onrechtmatig gehandeld jegens Johnson & Johnson: Fengh heeft als bestemming van haar cartridges onder meer het gebruik in combinatie met de staplers van Johnson & Johnson opgegeven zonder een verplichte klinische evaluatie te verrichten waaruit blijkt dat dit combinatiegebruik veilig is, hierdoor is het publiek mogelijk misleid en is voor Johndon & Johnson bovendien een risico op claims en reputatieschade ontstaan.

 

SLAAFSE NABOOTSING - ONRECHTMATIGE DAAD

 

Johnson & Johnson ontwikkelt, vervaardigt en verhandelt wereldwijd medische hulpmiddelen, waaronder hulpmiddelen voor wondhechting bij chirurgische ingrepen. Zij stelt dat gedaagde Fengh onrechtmatig handelt doordat zij handelt in strijd met de wet- en regelgeving op het gebied van medische hulpmiddelen en zich daarnaast schuldig maakt aan slaafse nabootsing van de hulpmiddelen van J&J.

 

De rechtbank Rotterdam oordeelt dat Fengh zich inderdaad schuldig maakt aan slaafse nabootsing van de hulpmiddelen van Johnson & Johnson. Het vrijwel identiek nabootsen van en het eigen gezicht op de markt van de producten van Johnson & Johnson is niet betwist. De omstandigheid dat bij medische hulpmiddelen het relevante publiek bestaat uit hoog opgeleide, gespecialiseerde medici en deskundige inkoopteams neemt het gevaar voor verwarring in dit geval niet weg, zo oordeelt de rechtbank. Hierbij speelt onder meer mee dat sprake is van vrijwel volkomen gelijkenis, inzet van voormalig werknemers van Johnson & Johnson en het overnemen van de teksten uit gebruikshandleidingen.

 

Enkel de cartrigdes voor een apparaat voor het aanbrengen van hechtingen zijn volgens de rechtbank niet slaafs nagebootst. Johnson & Johnson heeft namelijk niet betwist dat afwijking qua vorm en kleurstelling gelet op standaardisering niet mogelijk is zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid af te doen.

 

Fengh heeft bovendien gehandeld in strijd met de wetgeving over medische hulpmiddelen en daarmee onrechtmatig gehandeld jegens Johnson & Johnson. Zij heeft namelijk als bestemming van haar cartridges onder meer het gebruik in combinatie met de staplers van Johnson & Johnson opgegeven, zonder een verplichte klinische evaluatie te verrichten waaruit blijkt dat dit combinatiegebruik veilig is.Hierdoor is het publiek mogelijk misleid en is voor Johndon & Johnson bovendien een risico op claims en reputatieschade ontstaan.

 

IEPT20200422, Rb Rotterdam, Johnson & Johnson v Fengh


ECLI:NL:RBROT:2020:3961